Before They Pass Away – Jimmy Nelson

Vier jaar spendeerde Jimmy Nelson aan het verleiden van traditionele stammen. Om ze te vereeuwigen op een manier die, mocht de moderne tijd ze ooit inhalen, voor altijd op het netvlies van de mensheid gebrand zou staan. Het resulteert in een zes kilo zwaar boek dat je nooit uitkrijgt. Simpelweg omdat er te veel is om te zien. De ene bladzijde is nog adembenemender dan de andere en alles is iets dat je nog nooit eerder zag.

Jimmy Nelson is zo’n hyperactieve fotograaf zoals je er wel vaker een hebt zien rondspringen. Een fotograaf met een missie welteverstaan en de ongeëvenaarde gave om onderwerpen vast te leggen alsof het een levensgroot onverwoestbaar standbeeld is. Zijn droom was om naar de meest afgelegen plekken te reizen om de traditionele stammen te fotograferen in zijn boek Before They Pass Away. Een ietwat dramatische titel, maar enig gevoel voor drama is de Brit dan ook niet vreemd.

IMG_1778

De traditionele inheemse volken hebben door de jaren heen wel vaker bezoek gehad van cameraploegen of fotografen, maar het grote verschil is dat Nelson niet iemand is die op de eerstvolgende bus naar huis stapt om nooit meer terug te keren. Bovendien is het de in Nederland woonachtige Brit gelukt om met het boek een veel dieper liggende vraag op te werpen: Wat kan de Westerse samenleving leren van deze traditionele volkeren?

‘The purity of humanity exists’, schrijft Mark Blaisse in het voorwoord. De stammen leven het meest simpele bestaan net als hun voorouders tot wel duizenden jaren geleden en lijken gelukkiger dan wij. Ja, de foto’s zijn geënsceneerd. Het is hoogst onwaarschijnlijk dat de Ni-Vanuata stam graag balanceert op de rand van een vulkaan en ook de andere spectaculaire achtergronden van de foto’s zijn geen onderdeel van een lucky shot. Maar is dat gezien zijn missie erg? ‘The pictures may be directed but they still capture the hidden truth the photographer yearns to open our eyes to’.

Toch bevat ook dit project weer een duidelijke paradox. Want is het bezoeken van afgelegen stammen met koffers aan apparatuur niet juist debet aan het verdwijnen van die traditionele levenswijzen?

Ook zijn er mensen die aanstoot nemen aan het boek. Volgens Stephen Corry, directeur van Survival International, is het boek meer een afspiegeling van de fantasie van de fotograaf in plaats van een  weerspiegeling werkelijkheid.

De foto’s zijn glamoureus en de titel van het boek is nogal dramatisch. De inheemse volkeren lopen er niet dagelijks zo bij en veel van hen zijn ook niet morgen verdwenen. Maar daar waar veel fotografen de mensen op een zeer kwetsbare manier vastleggen, heeft Nelson er juist voor gekozen om ze als fotomodellen, in al hun glorie te vereeuwigen. Stamhoofden gefotografeerd als Kate Moss, dat heeft iets diva-achtigs maar benadrukt tegelijkertijd de schoonheid van de culturen. Ondanks dat ik ze nooit zie, wil ik ze voor altijd koesteren.

Into The Wild – Jon Krakauer

In april 1992 lift de 24-jarige Chris McCandless naar Alaska om daar, alleen, de wildernis in te trekken. Zijn kaart van het gebied gooit hij weg en zijn laatste geld steekt hij in brand. Vier maanden later wordt zijn lichaam teruggevonden door een elandjager.

Zelden was ik zo onder de indruk van een boek waarvan ik de film had gezien. Normaliter heb ik een hekel aan boekkaften die identiek zijn aan de filmhoes. Geef me de regie over mijn eigen verbeelding terug, denk ik dan. Toch kocht ik dit boek omdat ik hoorde dat het goed was en een stuk minder pathetisch dan de film (die overigens wel mooi is).

In het boek gaat Jon Krakauer op zoek naar de persoon achter het verhaal van een jonge, op het eerste gezicht, roekeloze avonturier die overleed in de wildernis van Alaska. Krakauer laat in dit boek journalistiek, filosofie en biologie als verkeerd gevlochten draden door elkaar lopen alsof het het mooiste breiwerk is dat je ooit gezien hebt.

In het begin kun je weinig sympathie opbrengen voor Christopher Johnson McCandless. Onvoorbereid en roekeloos, denk je. Zonder de broodnodige kennis over de wildernis neemt hij ergens in Alaska afscheid van een trucker die hem een lift heeft gegeven naar een plek aan de rand van de ongerepte natuur. Jon Krakauer schreef destijds in het blad Outside een kort verhaal over de roekeloze reiziger maar het verhaal liet hem niet meer los. In het boek volgt hij de exacte route en spreekt hij alle personen die Mc Candless gesproken heeft in de maanden voor zijn  tragische einde.

Christopher Johnson McCandless komt uit een welgesteld gezin en studeert in 1990 cum laude af aan de universiteit. De minutieuze wijze waarop Krakauer probeert te reconstrueren hoe McCandless zich zo rigoureus los maakt van zijn ouders en een ultieme poging waagt zijn zelfstandigheid te bewijzen is tegelijk een les voor de lezer. Iedereen herkent iets van zichzelf in het rebelse van de Amerikaan die zichzelf omdoopt tot Alexander Supertramp. Het verhaal is op zichzelf al een boek waard, maar de uiteindelijke vertelling is zoveel meer.

Het verhaal gaat over deboek into wild moeilijke relatie tussen een vader en een zoon.  Over hoe verbeelding kan leiden tot bewonderenswaardige prestaties. Over de onevenaarbare aantrekkingskracht van de natuur en hoe levensgevaarlijk die kan zijn. Over hoe reizen vluchten is, en over hoe dat weer tot heimwee leidt. Over alles en tegelijkertijd niks willen hebben. Over hoe te leven maar vooral stil te staan bij de dood.

Mocht het nog niet duidelijk zijn: Lees dit boek. Into The Wild (De Wildernis In) is een absolute aanrader. Wil je het boek lenen? Laat dan een bericht achter. Ruilen is natuurlijk ook altijd leuk!

De Kunst van het Reizen- Alain de Botton

Toen ik met iemand sprak over dit blog, werd ik gewezen op een boek dat mij zeker zou interesseren. Inmiddels heb ik het boek gelezen en ik kom er niet onderuit. Dit boek heeft zo ontiegelijk veel raakvlakken met het idee achter Bereisd, dat ik inmiddels zelf niet meer weet of ik het niet toch stiekem eerder al heb gelezen. De Kunst van het Reizen (2002) van Alain de Botton gaat over het hoe en het waarom van reizen. De Botton is filosoof, schrijver en bovenal amateurtoerist. Feilloos weet hij de kunst van het reizen en met name de misverstanden omtrent het reizen te duiden, niet zelden geïllustreerd met illustere voorbeelden zoals Gustav Flaubert en Alexander von Humboldt. (Ik suggereer dat ik ze al jaren ken maar niets is minder waar). Zijn centrale vraag: is het waar dat we reizen om dingen te bekijken die we thuis over het hoofd zien?

Melancholisch of houtsnijdend?

kunstvanhetreizenDe botton geeft geen kant en klare antwoorden- zegt je niet wat je moet doen. De wijze waarop hij het show-don’t-tell-principe toepast is haast bewonderenswaardig. Het is tegelijkertijd herkenbaar, confronterend en intrigerend. Zijn beschrijvingen zijn net zo zeer een gloedvol betoog voor het bewuster observeren als een zoektocht naar die vaardigheid in zichzelf.

Desalniettemin lijkt de Brit naast schrijver en filosoof soms te vervallen in de hopeloze, melancholische romanticus die hij ook is. Het lijkt dan meer het betoog van een honkvaste thuisblijver die het hele principe van reizen niet zo heeft begrepen. Maar dat weet hij dan weer op zo’n persoonlijke manier te tackelen dat het toch weer herkenbaar wordt. Neem zijn reis naar Madrid. Terwijl hij wakker wordt en de zon de pracht en praal van Spaanse hoofdstad goud kleurt, heeft De Botton vooral zin om in bed te blijven liggen of het eerste vliegtuig terug naar huis te nemen. Op zijn nachtkast liggen twee reisgidsen die ‘m toeschreeuwen de stad te gaan ontdekken maar hoe meer hij zich probeert tot beweging te manen, des te groter zijn aversie om dit te doen. Hij beschrijft hoe hij naar de Plaza de Major gaat en in zijn reisgids de precieze afmetingen en architectonische bijzonderheden staan beschreven. Hij ontdekt dat er niks meer te ontdekken valt. Tegelijkertijd wordt hij gedwongen om zich in één straat voor zes verschillende bouwstijlen te interesseren die hun oorsprong vinden in periodes die eeuwen uiteen liggen. Het nut daarvan ontgaat hem volledig, en terecht.

Antwoorden
Thuis ken je alles al en dat dempt je nieuwsgierigheid. Het is daarom vaak ook confronterend als je toeristen in je straat dingen ziet fotograferen die jou niet als interessant waren opgevallen. ‘Als je op reis bent verwacht je van een heleboel dingen dat ze interessant zijn en daardoor ben je ontvankelijk voor bijna alles’, zegt De Botton daarover. ‘Je kijkt selectief, want je bent reiziger.’ De schrijver noemt die opstelling niet verkeerd maar benadrukt dat het eigenlijk niet zou moeten gaan om het afvinken van bestemmingen en bezienswaardigheden. ‘Veel reisboeken van nu gaan over hoogst ongewone dingen: hoe ik de Mount Everest beklom, hoe ik het Kanaal overzwom; gekke rare inspanningen. Ik denk dat de echte uitdaging niet ligt in het hebben van een nieuwe ervaring, ik denk dat je de oude ervaring in een nieuw daglicht moet proberen te zien. Niet de ervaring is interessant, maar wat jij maakt van die ervaring”, legt de Botton uit in een interview in de Volkskrant van 2003. 

Bereisd

Geloof jij nog dat ik dit idee eerder had? Ik ook niet. Enfin, waar het boek zich op richt is het leggen van verbanden tussen toeristische verschijnselen, schrijvers, kunstenaars en persoonlijke anekdotes. De zoektocht hier bij Bereisd legt geen paralellen met kunstenaars maar zoomt wel in op de oorsprong van reislustigheid. Het hoofddoel is om in de toekomst ‘beter’ te kunnen reizen. Voor eenieder die daar wel iets in ziet is dit boek een absolute aanrader. Het geeft lessen in reizen en leert je meer naar details te kijken en die te waarderen.

Kopen, Kopen Kopen!

Een reis op huiskamerformaat

800px-Xavier_de_Maistre
Xavier de Maistre is een Franse schrijver

Aan het einde van de 18de eeuw maakt een jonge Franse militair een onmogelijke reis waar hij een boek over schrijft dat tot op de dag van vandaag nog altijd relevant is. De reis is niet per se bijzonder door de bestemming, als wel het ontbreken daarvan.

Xavier de Maistre sloeg iemand op zijn bek tijdens een illegaal duel en kreeg 42 dagen huisarrest. In plaats van te verdrinken in verveling en eenzaamheid maakte hij een opmerkelijke reis. In zijn pyjama. Vanuit zijn leunstoel. Door zijn kamer.

The Journey Around My Bedroom van Xavier de Maistre laat als geen ander zien hoe je kunt reizen zonder daarvoor naar de andere kant van de wereld te gaan. Een expeditie op huiskamerformaat. Dat klinkt niet alleen als een makkelijke onderneming, het is ook nog eens financieel erg aantrekkelijk.

Maar hoewel het reisverslag alle facetten van een verre reis behelst, lijkt het af en toe meer een monoloog van een verveelde gast wiens hoogtepunt het tegemoet zwaaien van zijn hond (Rosine) is. Te vaak vervalt hij in een quasi filosofische toon en wijdt hij uit over zijn filosofische ‘ontdekkingen’ die de mens maken zoals die is.

Het boek is echter relevant omdat het laat zien hoe tijdloos verveling is en hoe onmogelijk het in de 18de eeuw al was om 42 dagen alleen thuis te zitten. De essentie van het boek lijkt echter te zitten in het idee dat het plezier dat we aan reizen beleven eerder afhankelijk is van onze mindset dan van de bestemming. Als we ons met de instelling van een reiziger door onze eigen omgeving bewegen dan is die misschien wel helemaal niet minder interessant dan een jungle of een hoge bergpas. Terwijl de Maistre op een droog-humoristische wijze in zijn roze pyjama door zijn kamer reist, probeert hij eigenlijk te zeggen dat we tot ons door moeten laten dringen wat we al hebben gezien voordat we naar de andere kant van de wereld trekken.

Een van de komende dagen ga ik op Maitriaanse reis door mijn eigen buurt. Welke reis op huiskamerformaat zou jij willen maken?