Fotografilosofie: “Zo, zo, en dat boven de Febo!”

Het zelf-opgegeven huiswerk in het kader van ‘fotografilosofie’ was om het persoonlijke fotoarchief in te duiken om mijn foto’s en hun betekenis onder de loep te nemen. Wat is de waarde van een foto anno 2017? En waarom heb ik bepaalde foto’s überhaupt gemaakt? Vandaag staat de Febo centraal (maar eigenlijk helemaal niet). “Fotografilosofie: “Zo, zo, en dat boven de Febo!”” verder lezen

Fotografilosofie: Wat de bestemming ook moge zijn, moge het een reis zijn

Vandaag ga ik aan de hand van een acht-jaar oude foto terug naar de dorpse contreien waar ik ben getogen. Hier is het nóg rustiger dan de relatief grote rust die in het dorp heerst. Dit zandweggetje ligt net buiten die dorpskern en het kent een geleidelijke afdaling naar de rustig kabbelende Tungelroyse Beek. Tegelijk met het passeren van de beek, passeer je de dorpsgrens met aan de linkerzijde twee grote zwarte populieren als natuurlijke afscheiding. Dan de bekende weilanden, greppels, boerderijen, stallen, bomen. Alles is mij bekend, maar doet nu toch weer nieuw aan. Niet omdat het gebied veranderd is, in tegendeel, maar omdat ik, de aanschouwer, anders kijk dan vroeger. “Fotografilosofie: Wat de bestemming ook moge zijn, moge het een reis zijn” verder lezen

Fotografilosofie: De tiet van Julia

Een week geleden belandden mijn vriendin en ondergetekende in een, wat leek, streng katholiek klooster annex jeugdherberg in Verona. Een heuse ervaring. Bij binnenkomst deed de blik van de receptionisten ons denken dat ze hier wellicht een wat minder barmhartige God kenden. Van deze vriendelijke lieverds kregen we vervolgens te horen dat man en vrouw niet op één kamer mochten liggen, dus waren we aangewezen op de welbekende, immer zaligmakende dorms, die we deelden met luttele andere overnachters. Dit bleek die nacht niet de meest rustgevende omgeving. Het hevige schokkende gesnurk van mijn stapelbedgenoot en de achterbuurman die wakker schrok van zijn eigen scheet om half zes ’s morgens getuigen hiervan. Het was kortom echt vakantie.

Op de ochtend na onze aankomst werd het ontbijt tussen de werkelijk christelijke tijden half 8 en half 9 geserveerd. We genoten daar van een wit, droog bolletje met jam en liters koffie die koud stond te worden in chafing dishes. Oftewel, warmhoudbakken die bij de meeste lopende buffetten in Nederland gebruikt worden om de wiener schnitzels enigszins lauw te houden. Het was kortom echt vakantie.

Maar ondanks de slaapomgeving en het religieuze klimaat waar we ons in bevonden, hadden we toch de stoute wandelschoenen aangetrokken. Er moest immers een tiet aangeraakt worden vandaag. En niet zomaar eentje. Het betrof de rechtermieper van Julia (van Romeo), die na aangeraakt te zijn een portie geluk op zou leveren. Zoals gezegd was het echt vakantie.

Het fotografische resultaat van deze onderneming wijkt niet heel veel af van hoe ik meestal borsten aanraak. Met een enigszins eerbiedige, licht-zenuwachtige blik in mijn ogen die stijf gericht is op de ogen van de vrouw. Al sta ik er meestal niet voor in de rij. Bij Casa di Giulietta moesten we eerst nog een klein Italiaans meisje en een bepuiste, bebrilde Duitser met een Star Wars-shirt voor laten gaan om te poseren met Julia’s jopen om zo hun portie geluk op te eisen.

En laten we het meteen eens worden over de aard van deze foto. Het maken van deze foto was een automatisme, iedereen op dat kleine hofje daar deed hetzelfde. Wat dat betreft is er niets unieks aan, iedere Verona-bezoeker zal dit standbeeld in zijn of haar assortiment hebben en zal er verder geen emotionele waarde aan hechten. Het enige unieke is wellicht dat het hele ‘dit-brengt-geluk-idee’ grappig is. Dat honderden mensen per dag de handeling ook daadwerkelijk uitvoeren is daarentegen hilarisch. We lachen uiteindelijk allemaal om Julia’s kebeijers. Dat is misschien niet heel aardig, maar toch.

Het geluk dat me was beloofd was twee dagen later bij thuiskomst nergens te bespeuren. Wellicht wist Julia dat ik haar en haar bosje hout enigszins wilde bespotten. Met keelpijn, dichte oren en een loopneus zat ik weer mooi in Nederland. Wellicht bezorgde de toeter van Julia mij eerder een handjevol exotische bacteriën van over de hele wereld dan een flinke dosis geluk. Wat was het toch weer lekker vakantie.

Fotografilosofie: Mijn onbedoelde bedevaartstochtje

Van Eindhoven naar Oirschot en Spoordonk en vervolgens via de nietszeggende dorpjes Oost-, West- én Middelbeers, Vessem en Wintelre terug naar de lichtstad. Dat was mijn semi-geplande route waar ik van af mocht wijken. Het Wilhelminakanaal bracht me plichtsgetrouw in Oirschot, waar ik op de Spoordonkseweg stuitte. Eenmaal in het volgende dorp aangekomen sloeg ik, gelijk met het klinken van de plaatselijke schoolbel, linksaf richting het Groene Woud.

Vanaf het moment dat ik Oirschot insloeg met mijn toerfietsje kwam ik borden tegen met het mysterieuze opschrift ‘H. Eik’, begeleid met een dwingende richtingaanwijzer. En toen ik, de 65+’ers met matchende fluorescerende fietskleding ondertussen passerend, voor de  veertiende keer het bord tegenkwam, kon ik me niet langer beheersen. De geur van de sparren diep inhalerend, volgde ik het weggetje dat mij het bos inzoog totdat er in de verte een stralend wit gebouwtje opdoemde. Daarbij een kleine parkeerplaats, gebruikte wandelpaden, netjes bijgehouden buxushagen en een strooiveld met bijbehorende strooi-instructies. Een heuse bedevaartsplaats.

Ik nam als enige plaats in de open kapel en liep onder de gietijzeren overkapping, voorbij de tientallen houten bankjes, door naar de voorste rij. Vanaf die plek naast het gangpad zag ik de tientallen kaarsjes branden en vrolijk bewegen met het binnenbriesje. Ik zag de verweerde natuurstenen tegels en Maria die weemoedig de ruimte inkeek, omringd door twee engelen. Ik hoorde de vogels die deze ruimte als een klankkast gebruikten én ik hoorde een persoon die stapje voor stapje naar mij toe liep. Als oud-communicantje wist ik dat achterom kijken onbeleefd zou zijn, dus toen de persoon zich dezelfde breedtegraad bevond als ik, draaide ik mijn hoofd licht en zag een oude, doorleefde man steunend aan de kerkbankjes plaats nemen aan de andere kant. Vanaf dat moment dansten de kaarsjes minder en floten de vogeltjes nog maar af en toe.

Daar, onder toeziend oog van Onze Lieve Vrouw Troosteres der Bedroefden, voelde ik de tranen van de oude man. Zijn lippen die, zacht fluisterend, onverstaanbare aaneengeregen gebeden leken te spreken. Zijn rechterwijsvinger die om de zoveel tellen een licht-slepende beweging onder zijn oogleden maakte. Zijn lichaam daarbij stil en doorleefd. Hij kende deze tranen immers, ze leken veel op zijn oude tranen, oude bekenden. Beheerst liet hij ze dan ook lopen aan de andere kant van het gangpad.

Op een van de vele oude bankjes in het omringende bos zag ik de oude man in zijn eigen tempo het kapelletje verlaten. Met zijn rug krom, zijn grote werkhanden langs zich lichaam bungelend en zijn tred enigszins bemoeilijkt door zijn oude knieën, liep hij het bos in. Daarbij zijn hoofd stevig naar de grond gebogen.
De vogels wisten dat stilte niet meer nodig was, waren hem inmiddels weer bemoedigend aan het toezingen en ondertussen verbleek mijn nietszeggende bedevaartstochtje bij zijn bedoelde bezoek aan dit oude kapelletje.

Ik ging naar België …

In de zoektocht naar het waarom van fotograferen vandaag een filosofische kijk op tijd en ruimte. Want juist de tijd waarin we ons bevinden bepaalt wat ons opvalt, of het iets met ons doet en wat de moeite waard is om te fotograferen. Dat is simpelweg zo met allerlei oude monumenten en veel van de gebruikelijke toeristische plekjes. Het wordt een kunst wanneer je juist de alledaagse zaken, die soms tegenstrijdig kunnen zijn met het jaar waarin en de plek waar je ze aantreft, zo kunt bezien. Reizen is dan ook vaak ontsnappen aan ‘het nu’. Dus ging ik naar het tegenstrijdige, ongerijmde België.

Geel, 2014. Nadat we met een antieke tandem de Vlaamse provincies Limburg en Antwerpen hadden doorkruist was station Geel onze volgende tussenstop. Mijn broer en ik hadden ‘De Tank’ letterlijk kapot gefietst. Losse spaken zorgden voor een riante slag in het achterwiel die verder fietsen onmogelijk maakte. Na het laatste treinstation zullen we nog 40 km moeten overbruggen zonder fiets. Het lijkt erop dat we gaan liften met een (zwaar) stalen ros.  Gelukkig waren we in België en verbleekt al dat gepieker per direct als je om je heen kijkt. Met een treinkaartje in onze handen kijken we naast de kaartautomaat en zien daar de bierautomaat. We kijken elkaar aan en begrijpen België volledig. De collectieve Belgische liefde voor bier gevangen in één apparaat.

Ronddolen door België kan de oplettende kijker met een gerust hart doen. Zo zal hij niet alleen versteld staan van bierautomaten die plotseling opduiken maar bijvoorbeeld ook van de vele rare architectonische creaties die men daar in de loop der jaren heeft geplaatst. Het is een typisch Belgisch trekje dat fantastisch wordt gebundeld door het concept Ugly Belgian Houses. Terwijl je de foto’s een voor een afgaat zou je kunnen denken dat je een land bekijkt met een universitaire traditie waar men óók architecten en bouwkundig ingenieurs zou moeten opleiden. Of je zou kunnen denken dat je een, weliswaar verdeeld, land bekijkt waar men esthetiek toch altijd hoog in het vaandel heeft gehad, denk aan de Vlaamse schilderkunst en Eddy Wally. Een getraind Nederlands oog, geënt op structuur en regeltjes, ziet vervolgens enkel het tegenovergestelde en dat wringt op een heerlijke manier. Een lust voor het oog van de getrainde kijker. Het lijkt een onbedoeld zichtbare weeffout van het openbare leven.

Om het gevoel te krijgen dat je ‘op reis’ bent hoef je dus niet ver te gaan. In jouw omgeving zul je genoeg objecten tegenkomen die niet stroken met de tijd waarin je het object bekijkt of de plek waar je het object treft. Nog een voorbeeld en dan gaan we naar het huiswerk voor de volgende keer.
Men neme de langste caféstraat van Nederland. Noem het een grote orgie van puberale uitbarstingen die uit alle poriën worden geperst. Noem het een grote, tergende wandeling waar van alle kanten woordendiarree op je neerklettert. Noem het de meest surrealistische straat van Eindhoven. Noem het ‘Stratumseind’. Ook hier treedt bovenstaand fenomeen op en ik raad je dan aan om de volgende stappen te volgen:
Maak van beide handen een L-vorm, positioneer ze vervolgens zo dat je een fotokader krijgt en richt je handen vervolgens op een gevel of op een groep bronstige pubers. Deze kaders zijn ongetwijfeld even angstaanjagend, maar wanneer je dit kader uit de context ‘Eindhoven, 2016’ haalt kun je met gemak even in Lloret del Mar zijn. Of wellicht een Britse zuipschuur met eindeloos gelal. Met andere woorden: geniet dus van de happy hour-spandoeken, de vreetschuren en die lallende pubers.

Het huiswerk voor de volgende keer begint met het bekijken van onderstaande aflevering van ‘Het België van…’ waarin artiest Daan haarfijn uitlegt waarom België zo schoon is in al haar ‘ongerijmdheid’. Loop dan de hoek om (misschien nog een) en fotografeer daar een rariteit en ontsnap eventjes lekker aan het nu.

http://www.vpro.nl/speel.VPWON_1165227.html

 

Fotografilosofie: Het onmogelijke blijven proberen

Lloret de Mar. Of een willekeurige andere badplaats. Zongebruinde lichamen. Sterke drank. Een gammele tuinmeubelset en een afwasborstel. Je ziet heel veel en eigenlijk ook niks. Maar iedereen die er ooit is geweest, ziet dat het goed is. Ik krijg 10 jaar na dato nog een goed gevoel van deze foto. En dus is het een zeer geslaagde foto.

De mens is wat dat betreft een uniek dier. Wij kunnen als enige een bepaald moment in de tijd langer laten duren. We hebben de mogelijkheid om vooruit of terug te gaan naar een moment. Niet alleen door de hele dag door te denken aan alles behalve het heden, maar ook door hulpmiddelen te gebruiken. Eeuwenlang hadden we daar de schilderkunst voor. Schilders legden een bepaald tafereel vast en we ontleenden daar waarde aan. Vervolgens maakten we dan ook nog eens waarderende geluiden als ‘ohhh’ en ‘ahhhh’.
Honderden jaren later filmen we met een GoPro en binnen afzienbare tijd zal het herleven van een bepaald evenement zonder twijfel in 3D kunnen, inclusief geur en smaaksensaties. Dus op zaterdagavond naar je favoriete technofeest tot 7 uur ’s ochtends en dan op woensdagavond nog eens terug met een Virtual Reality-bril op je harses.

Wat dat betreft overtreffen we onszelf steeds weer in het laten herleven van een eerdere gebeurtenis. Het is een mooi streven dat Goethe in beginsel onmogelijk noemt in zijn Faust: ‘Nur allein der Mensch vermag das Unmögliche. Er kann dem Augenblick Dauer verleihen’. Volgens Goethe zijn wij dus als enige in staat dit ‘onmogelijke’ te doen. En dat doen we dan ook iedere dag, en op vakantie ieder uur. We maken lekker veel foto’s van lekker veel verschillende objecten of personen. Het waarom van deze triggerhappy fotografeermentaliteit is daarom misschien wel heel eenvoudig. De foto’s moeten ons weer terugbrengen naar dat ene moment waarop we wisten dat iets moois aan het gebeuren was.

Schrijver Mark Boog heeft dit menselijke trekje kunstig weten vast te leggen in zijn gedicht ‘Kijk dan toch’ (uit: Maar zingend, Cossee, 2013).

Kijk dan toch hoe mooi het is, alles!
En mooier nog met sneeuw

of op een foto. Zo mooi was het, toen,
en we wisten het, want we fotografeerden.

Wisten we het niet? We wisten het.
We hadden een griezelig inzicht in later.

En ook zelf waren wij mooi, zelfs wijzelf.
We waren mooier dan we dachten.

We maken foto’s omdat we weten dat iets mooi is. Het is een ambitieuze maar tegelijkertijd hopeloze poging om de tijd stop te zetten en om ons ontstane gevoel van geluk vast te leggen. Helaas is dit gevoel bij weerzien met de foto niet zelden verworden tot een schrale herinnering of just another pic.
Misschien had Goethe gelijk en is het in principe onmogelijk, maar de zeldzame foto’s die je laten stralen als voorheen bewijzen dat we in staat zijn om het onmogelijke soms uit te voeren.

 


Rubriek: Fotograferen is dankzij de smartphone en betaalbare camera’s haast net zo universeel als toiletpapier. Maar terwijl we de ware functie van toiletpapier nooit uit het oog zijn verloren, zijn we dat bij fotograferen wel degelijk. Daarom de rubriek: Fotografilosofie op zaterdag. Over fotograferen weer leren waarderen. Met vandaag weer een foto uit het reisarchief van Arno Kierkels.

Fotografilosofie: Een eenzame oudejaarsavond?

Over een paar dagen weer de avond waar je, zonder dat je het écht wilde, alweer weken mee bezig bent geweest. Ga je naar een feestje of blijf je thuis? Met wie blijf ik thuis? Moet ik voor dat feestje kaartjes kopen? Wil ik dat? Wie koopt de frikandellen? Waarom zijn we hier op aard? Et cetera. Een avond die op deze manier, vrijwel automatisch, ‘anders’ wordt. Anders dan al die avonden waarop de zon ondergaat, de maan schijnt, de straatlantaarns schijnen op verlaten dorpswegen en je gaat meuren in je bed. Het is weer bijna oudejaarsavond.

Vier jaar geleden zat ik alleen op deze ‘andere’ avond en heb ik bovenstaande foto gemaakt. Niet omdat ik te vroeg was begonnen met de flessen sterke drank die je pas openmaakt ná alle kratten bier en ook niet omdat ik sociaal gehandicapt ben. Laten we het houden op een combinatie van beiden.

In het dorp waar ik getogen ben had je in 2011 maar twee opties. Ten eerste kon je naar het all-in-feest in de enige dorpskroeg. Je bracht dan de avond door met dezelfde mensen als het jaar daarvoor: de twee stamgasten die het aftellen niet zullen halen, het deel van de vriendengroep dat niet vrijgezel is, je achterbuurman, je pappie en mammie en dan nog anderhalve man en een paardenkop. Óf je ging naar de speciale Silvesterparty in de dichtstbijzijnde discotheek, waar je drie weken geleden al een kaartje voor had moeten kopen. De prijs-kwaliteitverhouding van dat feest was te vergelijken met het betalen van de aangifte inkomstenbelasting.
Ik koos dus voor de derde optie: een afspraak met whisky en een goede vriend.

De beste keuze in meerdere opzichten. Je ontwijkt aan de ene kant stomdronken dorpsgenoten waar je midden in de nacht (ook stomdronken) The Backstreet Boys mee aan het zingen blijkt te zijn (een feit dat je de dag erna meteen wéér naar de fles doet grijpen). En aan de andere kant ontwijk je lange rijen voor de ingang van een discotheek waar zonder blozen Abba gedraaid zou kunnen worden om 00:00. Ja, díe kutplaat inderdaad.
Op papier dus een solide plan, ware het niet dat op deze avond één ingrediënt in overvloed aanwezig was.

Rond 23:00 liep ons eenvoudige plan nog op rolletjes. De tweede fles whisky was bijna leeg en ook de geluidsinstallatie deed het nog. Echter, een situatie die nachtbrakers niet onbekend is zorgde ervoor dat de avond een andere wending kreeg; een leeg pakje sigaretten. En dus werd het bereiken van het dorpscafé een tussentijds streven. Hemelsbreed op zo’n 400 meter afstand en ondanks het all-in-feest wel bereikbaar voor de aanschaf van sigaretten. Kortom, een SMART-doel.

Compagnon W. stapte rond 23:10 uit huis om richting café te gaan. U moet weten dat het een zeer strenge oudejaarsnacht was, het vroor een aantal graden en het ijs stond letterlijk centimeters op de verlaten dorpsweggetjes. Hij nam dus de auto van zijn vader. Het was immers ‘te gevaarlijk om te lopen’. Door de ijzel op de weg bleek het toch niet zo gewiekst te zijn de auto over de weg te laten gaan want nog vóór middernacht werd hij aangetroffen door wat vuurwerk afstekende jongens uit de buurt. In zijn vaders auto. In de berm. Slapend met zijn hoofd op het stuur.
Na een sigaret lang op het raam geklopt te hebben ontwaakte hij en met behulp van deze attente, behulpzame jongeheren werd mijn slaaprijdende kameraad uit de berm geduwd. Zo dronken als een aap kon hij dolgelukkig zijn weg vervolgen. Ondertussen zat ik te wachten, genietend van de twee hoofdingrediënten van de avond en verloor ook ik de tijd uit het oog (dat steeds langzamer open en dicht ging). Voor mij was het al 2012 en voordat ik wegdoezelde gebruikte ik nog vlot mijn camera.

Mijn compagnon wist zijn doel te hebben bereikt. Verder wist hij niets meer. Dit wist hij de volgende dag te vertellen. Samen met het feit dat hij die dag wakker was geworden op de achterbank van de auto, die dwars op de oprit stond, met een pakje sigaretten in zijn hand. Er zaten er nog drie in….

Dat het zo’n jaar als 2012 mag worden.


Rubriek: Fotograferen is dankzij de smartphone en betaalbare camera’s haast net zo universeel als toiletpapier. Maar terwijl we de ware functie van toiletpapier nooit uit het oog zijn verloren, zijn we dat bij fotograferen wel degelijk. Daarom de rubriek: Fotografilosofie op zaterdag. Over fotograferen weer leren waarderen. Met vandaag weer een foto uit het reisarchief van Arno Kierkels.

Fotografilosofie op zaterdag: guilty treasures

Ik was daar. Bij de Eiffeltoren. Op 8 juli 2013, 22:13. De camera die ik voor deze foto heb gebruikt is een U20i (fabrikant: Sony Ericsson), ISO-snelheid: 250 en de belichtingstijd maar 1/8 sec. De foto heeft de afmetingen 1944 x 2592 (in pixels) en is zonder flits gemaakt. Ik kan u nog meer onnodige informatie vertellen als u wilt, maar het betreft hier dan ook een vrij onnodige foto.

In de zoektocht rondom de vraag: waarom fotograferen we? is bovenstaande foto een onmisbare. Ondanks dat ik dacht dat ik goed op mijn fotografeergedrag lette, moet ik nu met de billen bloot. De Eiffeltoren heb ik niet niet kunnen fotograferen. Maar we kunnen hier, als schrijver en lezer onder elkaar, wel toegeven en concluderen dat onze stedentrips vaak een boel van deze voorspelbare foto’s genereren. In totaal zullen er van sommige objecten meer dan honderdduizenden foto’s bestaan. Waarvan velen beter, mooier en professioneler dan de jouwe of de mijne.

Tijdens het bekijken van mijn stedentripfoto’s skip ik foto’s als deze. Ze vertellen me niets nieuws en beschrijven geen persoonlijk verhaal of emotie. Het is een soort van ‘verplichte’ foto die men hoort te maken, ongeacht of we er iets bij voelen. Dit in tegenstelling tot de ‘vrijwillige’ foto’s die ik heb gemaakt van een oude kastanje in het parkje waar we twee uur hebben doorgebracht met wat blikjes bier. Of een foto van een biechthokje waar je bij een tweetalige priester je confessions kon doen (in de hoop de toerist te kunnen zuiveren). En vergeet de zwerver niet, die in een bizarre pose lag te slapen in de buurt van het immense Musée d’Orsay. Iedereen heeft toch zulke oprechte foto’s met een verhaal? Vanwaar dan óók die toeristische hotspots fotograferen?

De Kopenhaagse ontwerper Phillipp Schmitt heeft op die immer toenemende hoeveelheid foto’s iets bedacht. Hij heeft een intelligente camera met GPS ontwikkeld waarvan de lens automatisch kan terugtrekken. Dit gebeurt alleen wanneer je foto’s probeert te maken op een plek waar al “te veel foto’s zijn gemaakt”. Hij noemt het zelf de Camera Restricta en laat op deze manier de camera beslissen over of we wel of niet moeten fotograferen. Hij geeft zo de techniek controle over ons fotografeergedrag. Waarschijnlijk omdat hij ook beseft dat veel mensen het niet kunnen laten om het Louvre, de Sacre Cœur of de slotjesbrug te fotograferen terwijl er al tienduizenden foto’s van rondzwerven op het web. Bij dezen wil ik me graag aansluiten bij het gedachtegoed van Schmitt en afsluiten met mijn spreuk voor deze week: bedenk goed wat je met je fotograferend vermogen doet.

Rubriek:Fotograferen is dankzij de smartphone en betaalbare camera’s haast net zo universeel als toiletpapier. Maar terwijl we de ware functie van toiletpapier nooit uit het oog zijn verloren, zijn we dat bij fotograferen wel degelijk. Daarom de rubriek: Fotografilosofie op zaterdag. Over fotograferen weer leren waarderen. Met vandaag weer een foto uit het archief van Arno Kierkels.

Fotografilosofie: stapelgekke jeugdherinnering

Fotograferen is dankzij de smartphone en betaalbare camera’s haast net zo universeel als toiletpapier. Maar terwijl we de ware functie van toiletpapier nooit uit het oog zijn verloren, zijn we dat bij fotograferen wel degelijk. Daarom de rubriek: Fotografilosofie op zaterdag. Over fotograferen weer leren waarderen. Met vandaag een foto uit het archief van Arno Kierkels.

In je pubertijd is maar een select aantal zaken belangrijk. Een oerdrift zorgt ervoor dat je niet afdwaalt en aan je toekomst denkt. Deze drift resulteert in een tunnelvisie die gericht is op drank, vrouwen en wat je met je vrienden allemaal voor rotzooi kunt uithalen. Ik neem u vandaag mee naar 2005. Om precies te zijn naar camping Duin & Strand te Renesse. Nergens is de puberale oerdrift zo geconcentreerd als op deze plek.

Fotorolletje

Een zomervakantie naar Renesse leverde in 2005 weinig foto’s op. Het was de eerste ‘reis’ die ik ondernam zonder pap en mam en ik was de enige met een fotocamera (tweedehands Kodak met Fujifilm-fotorolletje: 24 foto’s). Uiteindelijk heb ik maar liefst 15 foto’s overgehouden aan de vakantie, foto’s waar méér opstond dan alleen een lichaamsdeel, lichaamshaar of een grote, zwarte oneindigheid. Dit komt neer op een kleine twee foto’s per dag. Een fotoboek is er nooit van gemaakt.

Hoe heb ik deze reis vastgelegd? Nou, zie op onderstaande afbeelding hét symbool voor die unieke puberale uitingen uit onze jeugd: de typisch puberale strijd van ‘wie heeft de grootste … krattentoren’. Hoe beschonken jongemannen, zwetend in de zon en de angst negerend, doorzwoegen om de grootste toren te bouwen. Een fantastisch proces dat ik op mijn 17e mocht meemaken en blijkbaar heb gefotografeerd.
12202360_911480108933411_1244935779_n

Op de derde dag van onze vakantie begon dit spel. Er werd door een groepje jongens een toren gebouwd die net boven de douchehokken uitstak. Een malloot wist zich zo op het torentje te positioneren dat hij de kratten onder zich kon plaatsen (en er op een bepaald moment niet meer vanaf kon). Op weg naar de plee liep je dan langs – wc-rol onder je oksel- en keek je enigszins ongeïnteresseerd naar de stoerdoenerij. Dit konden wij immers ook.

De volgende dag zagen we dat er meer mankracht was bijgehaald en dat de jongens uit de Achterhoek (‘Grollo’) op de een of andere manier een ladder gefabriceerd hadden (MBO-metaaltechniek Hengelo). Dit werd al wat serieuzer. We dronken ons biertje leeg en plaatsten ook onze kratten op elkaar. Bovenstaande foto is gemaakt op de vijfde dag, de dag waarop de mannen van de jongens werden gescheiden. Er werden al vroeg op de dag scheerlijnen bevestigd aan de bovenste kratten. De zelfgemaakte ladder werd ingezet en overige attributen werden gepresenteerd. De sterkste mannen begonnen met het optillen van de kratten waarna de meest behendige er dan eentje onder moesten plaatsen. Er werd voor de mannen uit Groenlo geklapt per kratje, hun geuzennamen circuleerden, legendes over hoeveel ze konden drinken en hoe dronken ze wel niet konden worden. Er werd maar gestapeld en gestapeld die middag. Met het stijgen van de toren daalde ons ego. Iemand riep “50!” en applaus volgde. Wij waren gereduceerd tot jongens met lege kratten bier en we keken ons krom naar de hoge toren voor onze tent.

Waardevol verhaal

Waarom is dit gefotografeerd? Het zal op mijn 17e een combinatie van respect en nieuwigheid zijn geweest. Van respect voor de stugge, dronken Achterhoekers en van het vastleggen van iets wat ik nog niet kende. Iets wat ik zelfs nooit meer heb gezien. En het vastleggen van nieuwe gebeurtenissen, gebouwen, omgevingen etc. is een handeling die we op iedere reis toepassen. Plekken waar we nog nooit zijn geweest zijn er legio en deze willen vastleggen is blijkbaar iets wat we graag doen om het moment te kunnen bezitten.
Maar een waardevollere les die ik kan trekken uit deze foto is dat de ±2 foto’s die ik per dag heb gemaakt toen ik in Renesse was, elk een ander legendarisch verhaal vertellen. De rest van de anekdotes volgt weer uit die verhalen. Als we het hebben over een fotografeerdrang kan deze foto en bijbehorend verhaal dienen als nuance. Of, om een Nederlands spreekwoord te verbasteren: twee vakantiefoto’s per dag maken nog geen slechte vakantieherinnering.

Meer fotografilosofie? Lees deze en deze