Hoe een deur je meer vertelt dan duizend dingen

Nostalgisch worden van vakantiefoto’s is niet moeilijk. Maar welke mijmeringen komen naar boven bij het zien van zelf gefotografeerde deuren? Vergelijk een deur op Kings Road in London met een willekeurige deur op het Griekse vasteland en je kunt alleen maar concluderen dat een deur oneindig veel verhalen vertelt. Over de mensen en de straat en de geur en de praat. 

Ik herinner me de man die op de hoek van de straat al twee dagen aan een visnet haakte. De geur van overrijpe abrikozen die op de grond lagen en geplet werden door verroeste auto’s. Ik herinner me de onverzorgde mannen en naar zweet ruikende vrouwen. Ik herinner me het ongelikte maar herinner me ook de crêperie met de grote pot Nutella op de toonbank. Hoe ze probeerde maar niet echt slaagde. Ik herinner me de verse vis op elke hoek, de geur van hete kolen die als een belofte door de straten walmde. De huizen die zelden af waren, waarvan de bovenverdieping half bestond. De stalen kabels die als vreemde handvaten uit het beton staken. De hartelijkheid met het zweterige randje. De flessen zelfgestookte drank in iedere koelkast en bij iedere gelegenheid ook op tafel.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ik herinner me de brede straat met de felrode brievenbus. De hoge woonhuizen die ver boven de rode dubbeldekkers uitstaken. De zuiver witte gevels met een groot bord dat een abonnement op een duur security bedrijf verried. De gietijzeren hekken om praktisch ingerichte voortuintjes. De figuursnoeier die van een conifeer een bol had gemaakt. De uitgestorven straat. Hoe de zwerver de weg in disbalans bracht met zijn vieze kleren, hoe erg zijn voorkomen contrasteerde met de perfectie van de laan. Ik herinner me hoe die zwerver een alternatief geklede jongen bleek te zijn, vermoedelijk met een appartement in Camden en een baan in een vintagewinkel. Ik herinner me de de spleten in de deuren uit de tijd dat iedereen nog brieven kreeg. De karakteristieke tegels in de voorportieken die niemand echt meer zag omdat ze er altijd al waren en nog lang zouden zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoe vanzelfsprekend het was dat oude mannen mooie hoeden droegen. Niet als accesoires maar als essentieel onderdeel van de man. Ik herinner me hoe dat bij elke bar een been hing. De geur van gerookt en gedroogd vlees. Luguber maar wel lekker bij San Miguel. Het temperament van de spreektaal dat als een onstuimige zee door de straten golfde. Hoe alles eindige op -ría. Frutería, jamonería, Sombrerería, panadería, sandwichería, cervecería. Hoe struinen tot kunst werd verheven en iedereen praatte met iedereen. Hoe scheef de straten waren waardoor het leek alsof je altijd bergop liep.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *