Ik ging naar België… (deel 2)

Ik was op tijd. Mijn trein van Knokke naar Antwerpen zou over één minuut vertrekken. Ik sprong op mijn toerfiets en snelde langs de mensen op het perron richting de vertrekkende trein. In de verte wenkte de conducteur. Ik sprint naar hem toe en met een ontwapenende blik in zijn ogen vraagt hij of hij mijn fiets in de trein mag plaatsen. Een glimlach volstond en hij tilde de met fietstassen beladen Koga in een speciaal vertrek om mij vervolgens te verzoeken in de eerste klas plaats te nemen, want “dan zit ge prettig dichtbij uwen fiets”. Belgische conducteurs kun je maar beter gehoorzamen en ik nam plaats.

In die stilte van de eerste klas kwamen de eerste kleine reisherinneringen weer naar boven geborreld. Hoe ik weer nét zes dagen weg van huis was, maar het leek op het dubbele aantal dagen. Ik dacht aan de eerste korte etappe richting Turnhout waar ik na één foute afslag tien kilometers eindspurt moest inzetten om op tijd bij mijn gastvrouw aan te komen. Mijn Couchsurfhost was 45 en haar beste vriend was 80 jaar. Zulke leeftijdsverschillen bleken al voldoende ingrediënten voor een plezante avond. De bijbehorende interesse in de kunsten en verrassende levensverhalen waren enkel kersen op de taart. En nu ik schrijf wéér een fraaie ontmoeting. Een blinde, autodidactische muzikant van 81 neemt plaats aan mijn overzijde. Met mijn ogen dicht praat ik met hem tot aan Antwerpen waardoor ik weer een nieuw soort reis mag maken: laten we het een zintuiglijke reis noemen. Station Antwerpen. Waar mijn fiets weer netjes uit de trein getild en op het perron geplaatst werd. Ik bedankte hem hartelijk, maar natuurlijk “was het niets”. Weer volstond een glimlach.

Mijn gedachten dwaalden in de volgende trein weer af. Naar Antwerpen. Waar ik vier dagen geleden nog met een Antwerpse sprak over haar reizen. Over haar aanstaande wereldreis naar Zuid-Amerika en over haar afgeronde mentale ayahuasca-reis.
Antwerpen dus. Waar ik drie dagen geleden met vier vrienden in een Mongoolse yurt sliep, in een loods, in een soort van vrijplaats net buiten het centrum. Iets met drank, het maken van muziek en een wonderlijke kliek. Het Mongoolse keelgezang steeg ’s ochtends weer op en toen volgde voor mij nog de eindeloze kilometers langs het kanaal. Over semi-verharde fietspaden, plots onverharde fietspaden en fietspaden die plots veranderden in snelwegen. Een fietsland bij uitstek dus. Zeker met dat gigantische aanbod van cafés. Bijvoorbeeld die reusachtige kantine van Duivenbond Recht Vooruit. Een ongekend zondags tafereel met vele pintjes en een vrijwel vergane vorm van gezelligheid. Met een royale glimlach nam ik alles waar, maar ik wilde dit nog niet helemaal tot me nemen, iets bewaren voor een andere keer en ging verder. Naar de standaardbackpackers in het Gentse hostel (de wereld kwam weer eens naar mij toe) en het eindstation: de woelige baren der Noordzee!
Daar aan de kust van Oostende weer Couchsurfpraktijken. Met een Duitse Amsterdammer, zijn Italiaanse huisgenote die achter het gordijn sliep en zijn Duitse vriendin die naast mij sliep. Couchsurfen was even ‘het zo efficiënt mogelijk delen van de ruimte’. Een echte Nederlander doet dat dan deugd. Na het laatste ontbijtje de laatste kilometers langs het strand, die eindeloze boulevard van Knokke. De zee keek toe en zal nooit weten van die façade van ‘appartementen met zeezicht’…

“Dames en heren, station Roosendaal”. Ik word gelukkig herinnerd aan mijn overstapstation. Ik zie dat mijn volgende trein over één minuut vertrekt. Ik spring op mijn toerfiets en snel langs de mensen op het perron richting de vertrekkende trein. In de verte géén conducteur, achter mij wél twee zware stemmen die hard ‘HALLO!’ roepen. Vier maal. Nederlandse conducteurs kun je maar beter gehoorzamen, dus ik fiets door. Aangekomen bij de deur kijk ik achterom en zie twee fluorescerende politiehesjes in ferme tred op me afkomen. Snel til ik mijn fiets in de coupé en hoor ik de stemmen naderen. Met een nu al melancholisch gevoel naar de Vlaamse conducteur hoor ik vaag de twee stemmen dreigen met “een boete van 99 euro” en spreken van een “nooit meer doen”. In een ooghoek zie ik het opgeheven vingertje nog. Ik was weer terug in eigen land en dagdroomde daardoor alweer van dat andere land. Dat gemoedelijke land van onze zuiderburen.

Eén gedachte over “Ik ging naar België… (deel 2)”

  1. Grappig, ik heb net het tegenovergestelde, alles lijkt zo veel relaxter bij de Noorderburen! Het gras is altijd groener aan de overkant hé 🙂 Blij dat je zo’n fijne tijd had in ons Belgenland. Ik reis binnenkort nog eens een avondje naar Nederland voor een ayahuasca-momentje, het was toch nog niet helemaal afgerond 😉 Veel liefs van de Antwerpse!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *