Karma in Kopenhagen

Koning Winter lijkt weer in het land.  Na de zomer lijken nu ook de laatste herfstige zomer-ejaculaties definitief voorbij (of wachten we er alweer op?). Het is in ieder geval gezond om eens terug te kijken naar welke reis dan ook en dan weer een hoofdstuk toe te voegen aan onze ‘bereisdheid’.

Land: Denemarken
Locatie: (op weg naar) Kopenhagen
Datum: 27 juli 2017

De hoofdstad van Denemarken was de bestemming na een kleine twee weken wildkamperen in Zweden. Nog even de Deense hoofdstad bezoeken en afvinken was het plan, om, eenmaal daar aangekomen, ‘gewoon lekker te genieten’. Ja inderdaad, die handeling die je ook naast je reizen zoveel mogelijk dient uit te voeren.

Op weg naar Kopenhagen belde ik een hostel in de binnenstad om te vragen of er nog kamers vrij waren (‘ja’), of ik fietsen kon huren bij hen (‘ja’) en of ik kon betalen met mijn reguliere bankpas, aangezien ik geen creditcard heb (‘ja’). Driemaal ja is scheepsrecht, dus ik gaf wat extra gas en kwam twee uur later aan op de plek van bestemming.
Daar aangekomen bleek het onmogelijk om met een bankpas te betalen, kreeg ik dus geen kamer toegewezen en zag ik nergens fietsen… Protesten van mijn kant waren aan dovemansoren gericht en ik diende echt allereerst creditcardgegevens op tafel te kunnen leggen om iets geregeld te krijgen. Met wat online zoekwerk op obscure Russische sites en met hulp van een oude bekende (een Wit-Russische bevriende Couchsurfer) wist ik enkele (fictieve?) getallen op de kop te tikken. De nietszeggende cijfers werden ingevoerd en de jonge griet wist nog net een glimlach in elkaar te kleien toen ze me alsnog naar mijn kamer wees.

Terwijl twee van mijn kamergenoten in de dorm sliepen, pakte ik mijn tas uit en maakte ik aanstalte om zo snel mogelijk de stad te gaan verkennen. Genieten. Aan de balie zag het grietje mij alweer aankomen. Ik vroeg haar hoe het zat met de fietsenverhuur. Het grietje wist me te vertellen dat ik daar een paspoort plus rijbewijs voor nodig had. Plots glimlachte ik als een ongestelde hostelmedewerkster want ik had mijn rijbewijs in de auto laten liggen. De parkeergarage was 25 minuten wandelen, dus ik slikte een keer en begon te stappen. Een fiets zou vriendelijk voor mij worden gereserveerd (ze waren er!).

De wandeling veranderde in een korte hardloopwedstrijd tegen mezelf en ik kwam, geholpen door de magistrale, stralende zon, tevreden aan bij de garage. Daar aangekomen werd ik nogmaals met mijn neus op de verontrustende verstrooidheid van deze dag gedrukt. Het parkeerticket diende natuurlijk ook als toegangsbewijs voor de zwaarbeveiligde garage. En dit parkeerticket lag ín de zwaarbeveiligde garage. Mijn ogen sloegen neer en ik maande mezelf kalm te blijven. Geniet! Ik ging het hoekje om, ging zitten en zat plots naast een ongeopend pakje sigaretten. In mijn rugzak had ik een aansteker én twee biertjes. Terwijl ik dronk en trok klonken plots de klanken van Eurythmics’ Sweet Dreams over straat. Een autogarage had haar deuren wagenwijd opengezet… Het leven was, zeg maar, vurrukkulluk.

Het wachten op een medeparkeerder duurde één sigaret en ik nam mijn rijbewijs en ticket mee. To the hostel! Voor de derde keer binnen een uur tijd kwam ik langs het leegstaande casino, de typisch-lelijke flatgebouwen en ja, het beeldschone stadhuis. Terwijl ik een van de flatgebouwen van teen tot top bekeek zag ik dat de bovenste verdiepingen omhuld waren door een grote, grimmige wolk waar Gerrit Hiemstra u tegen zou zeggen. Dit gegeven was nog niet geregistreerd en wel of het water knalde uit de lucht. Grote regentonnen vol met water leken op ons te worden geleegd door een hogere macht, gezeteld in de wolken.
Daarbij werden we kletsnat, één. De toeristen, de Kopenhagenaren, maar vooral zij, op haar oranje retro racefiets, volledig gekleed in het wit. Beter gezegd: doorschijnend wit met een zwarte kanten bh en een bijpassende hipsterslip. De brede glimlach op het gezicht van deze engel deed je bijna doen geloven. Ik keek naar boven, naar de zetel in de wolken en kreeg zó’n dikke regendruppel in mijn oog dat mijn lens mijn oog verliet. God, dan niet!

Bijna kon ik fietsen. Er stonden enkel nog vier luidruchtige Amerikanen tussen mij en mijn ijzeren ros. Onder luid gelach liepen ze, na wat leek een half uur breed glimlachend lariekoek lullend, verder en was deze nuchtere Hollander aan de beurt. Of hij zijn fiets kon krijgen. ‘Ofcourse’, werd door wéér een andere medewerker verteld, ‘can I see your creditcard, please?’ Mijn spreekwoordelijke klomp brak en mijn persoonlijke energiebalans ook. Zonder te pauzeren vertelde ik hem even hoe het zat. Hij knikte en na enkele tellen stond het grietje naast hem. Ze keek me lachend aan en zei ondertussen tegen haar collega dat een rijbewijs genoeg was in dezen…

En daar ging ik. Doorweekt, waarschijnlijk gehackt door Russische identiteitshandelaren en met een fietszadel dat zélf bepaalde wanneer deze in de aangewezen, horizontale positie bleef staan en wanneer niet.
‘Maar dit is goed…’, bedacht ik, terwijl ik weer ongecontroleerd naar voren schoof nadat ik remde. Deze twee uur behelsden in een notendop wat een reis is. Het zijn niet per se de positieve (noch negatieve) excessen. Het zijn niet de Instagramfeeds vol met perfecte shots met de beste vergezichten van een of andere beste bergtop. Het zijn niet de paar zinnen die je vertelt tegen je tante als zij je op haar verjaardag vraagt hoe de vakantie was. Het is de volledige range van plus en min, van yin en yang, de lach en de traan. Maar wél volledig anders dan in je eigen stad. Genieten. Karma is a lovely bitch.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *