Lelystad in het licht der oneindigheid

De Flevopolder. Niet een woord waar je meteen vlinders van in je buik krijgt. Ook geen gebied dat bezongen wordt in traditionele levensliederen of terugkomt in lijstjes als ‘must see be4 u die’. Het aantal lofzangen voor deze provincie zal op één hand te tellen zijn. Het is een onbezongen land en ik trok er dus naartoe.

Voor me ligt het beloofde land. Vanaf de Hollandse Brug zie ik het Almeerderstrand liggen en ik betreed nieuw Nederlands grondgebied (in het licht van onze generatie althans). Langs het Markermeer fiets ik naar het  echte Nederlandse natuurgebied, de Oostvaardersplassen. En ik zie enkel uitgestrekt land, begeleidt door de zon. Een grazer hier, een grazer daar. Of een dijk, belicht door de zon, met een meeuw hier, een meeuw daar. Nederlands klein geluk.

Pionierswoningen


Na geen enkele grazer gespot te hebben kom ik aan bij de pionierswoningen. Zestig jaar geleden werd hier een vierkante kilometer drooggelegd en bouwde men voor de noeste werkers enkele woningen. Er werd een boom geplant (de oudste van Lelystad inderdaad) en vanuit Harderwijk werd een dijk aangelegd. Snel kachelden de eerste autootjes naar deze wijk ten zuiden van Lelystad. Het lezen van de verhalen over toen lopen over van romantiek en pioniersdrift. Een soort van Amerikaanse Wild-West-taferelen, op ontdekking naar no man’s land. Alleen dat dan niet in het westen, maar in het precieze midden van Nederland, zonder weerstand van traditionele stammen of natuurlijke vijanden, maar wel: georkestreerd en betaald door Vadertje Staat!

Ik slaap in een werkkeet waar het begin is gemaakt van heel Flevoland, precies daar, om de hoek van gemaal Wortman. Liters water werden naar het IJsselmeer gepompt (het moest maar kijken waar het de liters liet). Duizenden nieuwkomers, voornamelijk Amsterdammers, werden verliefd op het verhaal van ‘de perfecte stad’ en waagden de (ultraveilige) overtocht.

De skeletten in de grond

Op weg naar mijn logeeradres stop ik bij een bordje langs de weg, getiteld ‘watervondsten’. Het verhaalt over duizenden jaren geleden. Over een prehistorisch, klein Lelystad. De zee stond laag en er waren een soort van nederzettingen op de plek waar ik nu Fashion Outlet Batavia Stad in de verte zie liggen… Vele skeletten zijn om en nabij Lelystad gevonden. Loop je door de Flevopolder, dan loop je over onze voorouder, over (inmiddels teruggeplaatste) grazers en over vele scheepswrakken. De Zuiderzee kende ze allemaal maar al te goed.


Droge voeten (?)

Een rommelende maag dwingt mij naar cafetaria ‘het Patatje’. En terwijl ik wacht in dit nieuwe land, lees ik een column over ‘de houdbaarheid van Nederland’. Klimaatverandering in ons kikkerlandje roept lastige vragen op. Voor welke generaties, bijvoorbeeld, willen we de dijken blijven verstevigen? Tot wanneer betaalt Rijkswaterstaat?, of beter: hoe ver vooruit wil het volk zekerheid creëren? Garandeert u droge voeten voor uw achterkleinkind?

Ik denk boven mijn viandel over de toekomst, over duizenden jaren van nu. Denk aan legio skeletten op de bodem van het Marker- en IJsselmeer. Denk aan die ene buurman uit de wijk Karveel, zijn dochter uit de wijk Kogge. Zijn Duitse herdershond en haar nieuwste hybride Toyota. Er worden door robo-ambtenaren informatiebordjes langs de weg geplaatst en er wordt weer driftig gebouwd aan nieuw land. Dit maal boven ónze hoofden. Het water wordt weer verdreven en weer wordt er gedroomd.

Als ik de volgende dag vertrek zie ik De Hurkende Man kijken.
Elke dag, elk uur staart hij voor zich uit en lijkt hij het water te zien stijgen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *