Fotografilosofie: Het onmogelijke blijven proberen

Lloret de Mar. Of een willekeurige andere badplaats. Zongebruinde lichamen. Sterke drank. Een gammele tuinmeubelset en een afwasborstel. Je ziet heel veel en eigenlijk ook niks. Maar iedereen die er ooit is geweest, ziet dat het goed is. Ik krijg 10 jaar na dato nog een goed gevoel van deze foto. En dus is het een zeer geslaagde foto.

De mens is wat dat betreft een uniek dier. Wij kunnen als enige een bepaald moment in de tijd langer laten duren. We hebben de mogelijkheid om vooruit of terug te gaan naar een moment. Niet alleen door de hele dag door te denken aan alles behalve het heden, maar ook door hulpmiddelen te gebruiken. Eeuwenlang hadden we daar de schilderkunst voor. Schilders legden een bepaald tafereel vast en we ontleenden daar waarde aan. Vervolgens maakten we dan ook nog eens waarderende geluiden als ‘ohhh’ en ‘ahhhh’.
Honderden jaren later filmen we met een GoPro en binnen afzienbare tijd zal het herleven van een bepaald evenement zonder twijfel in 3D kunnen, inclusief geur en smaaksensaties. Dus op zaterdagavond naar je favoriete technofeest tot 7 uur ’s ochtends en dan op woensdagavond nog eens terug met een Virtual Reality-bril op je harses.

Wat dat betreft overtreffen we onszelf steeds weer in het laten herleven van een eerdere gebeurtenis. Het is een mooi streven dat Goethe in beginsel onmogelijk noemt in zijn Faust: ‘Nur allein der Mensch vermag das Unmögliche. Er kann dem Augenblick Dauer verleihen’. Volgens Goethe zijn wij dus als enige in staat dit ‘onmogelijke’ te doen. En dat doen we dan ook iedere dag, en op vakantie ieder uur. We maken lekker veel foto’s van lekker veel verschillende objecten of personen. Het waarom van deze triggerhappy fotografeermentaliteit is daarom misschien wel heel eenvoudig. De foto’s moeten ons weer terugbrengen naar dat ene moment waarop we wisten dat iets moois aan het gebeuren was.

Schrijver Mark Boog heeft dit menselijke trekje kunstig weten vast te leggen in zijn gedicht ‘Kijk dan toch’ (uit: Maar zingend, Cossee, 2013).

Kijk dan toch hoe mooi het is, alles!
En mooier nog met sneeuw

of op een foto. Zo mooi was het, toen,
en we wisten het, want we fotografeerden.

Wisten we het niet? We wisten het.
We hadden een griezelig inzicht in later.

En ook zelf waren wij mooi, zelfs wijzelf.
We waren mooier dan we dachten.

We maken foto’s omdat we weten dat iets mooi is. Het is een ambitieuze maar tegelijkertijd hopeloze poging om de tijd stop te zetten en om ons ontstane gevoel van geluk vast te leggen. Helaas is dit gevoel bij weerzien met de foto niet zelden verworden tot een schrale herinnering of just another pic.
Misschien had Goethe gelijk en is het in principe onmogelijk, maar de zeldzame foto’s die je laten stralen als voorheen bewijzen dat we in staat zijn om het onmogelijke soms uit te voeren.

 


Rubriek: Fotograferen is dankzij de smartphone en betaalbare camera’s haast net zo universeel als toiletpapier. Maar terwijl we de ware functie van toiletpapier nooit uit het oog zijn verloren, zijn we dat bij fotograferen wel degelijk. Daarom de rubriek: Fotografilosofie op zaterdag. Over fotograferen weer leren waarderen. Met vandaag weer een foto uit het reisarchief van Arno Kierkels.

Waarom volwassenheid een leugen is

Als het leven een reis is dan zou mijn volgende bestemming volwassenheid moeten zijn. Nu zie hier mijn ontdekking: volwassenheid is een leugen. Het bestaat niet.

Ik weet niet meer wanneer ik die ingeving kreeg maar het moet ergens tussen de gezelschapspellenavond met mijn adolescente vrienden zijn geweest, en die keer dat ik voor de miljoenste keer na een winterse bui met mijn stoffen All Stars in een plas water ging staan. Je weet beter maar het interesseert je geen moer.

Je wordt ouder, betaalt je eigen rekeningen en maakt je eigen keuzes. Je hebt eindelijk de controle en regie over je eigen leven en dit is wat je doet: je speelt spelletjes met vrienden, bench-watched een seizoen van een willekeurige serie en zuipt je des weekends van de wereld. Ondertussen kleuren volwassenen er lustig op los en zijn de videogames voor adolescenten niet aan te slepen. Volwassenheid is een illusie. Een leugen zoals sinterklaas, alleen wordt in dat verhaal wel uiteindelijk iedereen met de realiteit geconfronteerd.

Voor sommigen staat volwassenheid gelijk aan minder gezelligheid. Je impulsiviteit verliezen. Voorspelbaar, consequent en cynisch worden. Maar volwassenheid is niets minder dan het uitbaten van je geleerde lessen. Je weet op een gegeven moment dat je niet meer in de zaklamp hoeft te kijken om te weten dat hij aan is. Je weet dat het lastig fietsen is als je veel te veel boodschappen hebt, weet ook dat tien pils op een lege maag niet slim is en je weet al helemaal dat achteruit door de McDrive rijden verre van praktisch is. Maar moet je het daarom allemaal maar gewoon laten?

Volwassenheid is een complot tegen de genietende mens. Consequentheid is voor mensen zonder verbeelding. Oscar Wilde zei het ooit, en dus is het waar. Kijk maar naar de plaatjes op Instagram.
Je bent jong en wilt niets liever dan ouder worden terwijl je als je oud bent niets liever wilt dan jonger zijn. Voor sommigen ligt de oplossing in het ontkennen van het ouder worden en het openlijk exploiteren van de eeuwige jeugdigheid. Maar als die jeugdigheid opeens hevig contrasteert met het uiterlijk wordt het eerder pijnlijk dan bewonderenswaardig. Kijk maar om je heen tijdens carnaval. Soms lopen ze zelfs achter elkaar aan terwijl ze elkaars schouder vasthouden.

De oplossing zit ‘m warempel niet in het eeuwig jeugdig blijven maar in het accepteren van het feit dat volwassenheid niet bestaat. Wordt wijzer en leef langer. Poog niet eeuwig jong te blijven maar wordt zeker ook niet te snel oud. Want als volwassenheid betekent dat je lichamelijk en geestelijk volgroeid bent, waarom kom ik dan verdomd veel mensen tegen die op beide vlakken nog wel wat ruimte te winnen hebben?

Into The Wild – Jon Krakauer

In april 1992 lift de 24-jarige Chris McCandless naar Alaska om daar, alleen, de wildernis in te trekken. Zijn kaart van het gebied gooit hij weg en zijn laatste geld steekt hij in brand. Vier maanden later wordt zijn lichaam teruggevonden door een elandjager.

Zelden was ik zo onder de indruk van een boek waarvan ik de film had gezien. Normaliter heb ik een hekel aan boekkaften die identiek zijn aan de filmhoes. Geef me de regie over mijn eigen verbeelding terug, denk ik dan. Toch kocht ik dit boek omdat ik hoorde dat het goed was en een stuk minder pathetisch dan de film (die overigens wel mooi is).

In het boek gaat Jon Krakauer op zoek naar de persoon achter het verhaal van een jonge, op het eerste gezicht, roekeloze avonturier die overleed in de wildernis van Alaska. Krakauer laat in dit boek journalistiek, filosofie en biologie als verkeerd gevlochten draden door elkaar lopen alsof het het mooiste breiwerk is dat je ooit gezien hebt.

In het begin kun je weinig sympathie opbrengen voor Christopher Johnson McCandless. Onvoorbereid en roekeloos, denk je. Zonder de broodnodige kennis over de wildernis neemt hij ergens in Alaska afscheid van een trucker die hem een lift heeft gegeven naar een plek aan de rand van de ongerepte natuur. Jon Krakauer schreef destijds in het blad Outside een kort verhaal over de roekeloze reiziger maar het verhaal liet hem niet meer los. In het boek volgt hij de exacte route en spreekt hij alle personen die Mc Candless gesproken heeft in de maanden voor zijn  tragische einde.

Christopher Johnson McCandless komt uit een welgesteld gezin en studeert in 1990 cum laude af aan de universiteit. De minutieuze wijze waarop Krakauer probeert te reconstrueren hoe McCandless zich zo rigoureus los maakt van zijn ouders en een ultieme poging waagt zijn zelfstandigheid te bewijzen is tegelijk een les voor de lezer. Iedereen herkent iets van zichzelf in het rebelse van de Amerikaan die zichzelf omdoopt tot Alexander Supertramp. Het verhaal is op zichzelf al een boek waard, maar de uiteindelijke vertelling is zoveel meer.

Het verhaal gaat over deboek into wild moeilijke relatie tussen een vader en een zoon.  Over hoe verbeelding kan leiden tot bewonderenswaardige prestaties. Over de onevenaarbare aantrekkingskracht van de natuur en hoe levensgevaarlijk die kan zijn. Over hoe reizen vluchten is, en over hoe dat weer tot heimwee leidt. Over alles en tegelijkertijd niks willen hebben. Over hoe te leven maar vooral stil te staan bij de dood.

Mocht het nog niet duidelijk zijn: Lees dit boek. Into The Wild (De Wildernis In) is een absolute aanrader. Wil je het boek lenen? Laat dan een bericht achter. Ruilen is natuurlijk ook altijd leuk!

Waarom ik David Attenborough haat en aanbid

Terwijl ik wegdroom bij magnifieke beelden van de BBC serie Africa, krijg ik plots het gevoel dat ik zelf in een natuurdocumentaire zit. Ik hoor David Attenborough in mijn oor: “Look at this homo sapien, sitting in his natural habitat, watching images of places he will never see, experience nor visit.”

Dat haat en liefde soms dicht bij elkaar kunnen liggen, bewijst mijn verhouding met natuurdocumentaires. Ik vind David Attenborough zowel een lul als een held en ik verafschuw de BBC terwijl ik er het allerliefst zou willen werken.

BBC Earth, Frozen PlanetThe Hunt, Human Planet, Africa, Wild Patagonia enzovoort en zo verder. Ik smul en ik walg ervan. Ik verslind ze en ze maken me kapot. Het is allemaal zo prachtig en wonderschoon dat het je tegelijkertijd confronteert met het feit dat je het zelf nooit zo zult zien. Je beeld is verpest door het allesziende oog van de makers.

 Waarom zijn deze series dan toch zo verslavend? De makers laten beelden zien waarvan wij ons soms afvragen op welke planeet ze zijn gemaakt. We zijn vergeten wat onze planeet te bieden heeft. Filmmakers reizen naar de meest onherbergzame gebieden alleen om ons te laten zien wat voor moois er voorbij de lengte van onze neus ligt.

En hoewel er veel schoonheid binnen handbereik ligt, stemt het me treurig dat ik de pracht zo ver van huis nooit zo zal zien. De beelden uit de serie zijn zo magnifiek dat het wellicht zelfs zou tegenvallen al zou ik het ooit zien. Maar wat is dan toch het motief van Sir David Attenborough om ons te confronteren met al dat moois?

Daarover zegt hij: “No one will protect what they don’t care about, and no one will care about what they have never experienced.” Naast een held is Sir David Attenborough ook een opperbaas. Zijn missie is om de mensheid te laten zien wat ze zo standvastig negeren: De verwoesting van onze fenomenale planeet door eigen toedoen.

En dat is nu precies waarom ik David Attenborough toch een stuk meer aanbid dan haat.

Fotografilosofie: Een eenzame oudejaarsavond?

Over een paar dagen weer de avond waar je, zonder dat je het écht wilde, alweer weken mee bezig bent geweest. Ga je naar een feestje of blijf je thuis? Met wie blijf ik thuis? Moet ik voor dat feestje kaartjes kopen? Wil ik dat? Wie koopt de frikandellen? Waarom zijn we hier op aard? Et cetera. Een avond die op deze manier, vrijwel automatisch, ‘anders’ wordt. Anders dan al die avonden waarop de zon ondergaat, de maan schijnt, de straatlantaarns schijnen op verlaten dorpswegen en je gaat meuren in je bed. Het is weer bijna oudejaarsavond.

Vier jaar geleden zat ik alleen op deze ‘andere’ avond en heb ik bovenstaande foto gemaakt. Niet omdat ik te vroeg was begonnen met de flessen sterke drank die je pas openmaakt ná alle kratten bier en ook niet omdat ik sociaal gehandicapt ben. Laten we het houden op een combinatie van beiden.

In het dorp waar ik getogen ben had je in 2011 maar twee opties. Ten eerste kon je naar het all-in-feest in de enige dorpskroeg. Je bracht dan de avond door met dezelfde mensen als het jaar daarvoor: de twee stamgasten die het aftellen niet zullen halen, het deel van de vriendengroep dat niet vrijgezel is, je achterbuurman, je pappie en mammie en dan nog anderhalve man en een paardenkop. Óf je ging naar de speciale Silvesterparty in de dichtstbijzijnde discotheek, waar je drie weken geleden al een kaartje voor had moeten kopen. De prijs-kwaliteitverhouding van dat feest was te vergelijken met het betalen van de aangifte inkomstenbelasting.
Ik koos dus voor de derde optie: een afspraak met whisky en een goede vriend.

De beste keuze in meerdere opzichten. Je ontwijkt aan de ene kant stomdronken dorpsgenoten waar je midden in de nacht (ook stomdronken) The Backstreet Boys mee aan het zingen blijkt te zijn (een feit dat je de dag erna meteen wéér naar de fles doet grijpen). En aan de andere kant ontwijk je lange rijen voor de ingang van een discotheek waar zonder blozen Abba gedraaid zou kunnen worden om 00:00. Ja, díe kutplaat inderdaad.
Op papier dus een solide plan, ware het niet dat op deze avond één ingrediënt in overvloed aanwezig was.

Rond 23:00 liep ons eenvoudige plan nog op rolletjes. De tweede fles whisky was bijna leeg en ook de geluidsinstallatie deed het nog. Echter, een situatie die nachtbrakers niet onbekend is zorgde ervoor dat de avond een andere wending kreeg; een leeg pakje sigaretten. En dus werd het bereiken van het dorpscafé een tussentijds streven. Hemelsbreed op zo’n 400 meter afstand en ondanks het all-in-feest wel bereikbaar voor de aanschaf van sigaretten. Kortom, een SMART-doel.

Compagnon W. stapte rond 23:10 uit huis om richting café te gaan. U moet weten dat het een zeer strenge oudejaarsnacht was, het vroor een aantal graden en het ijs stond letterlijk centimeters op de verlaten dorpsweggetjes. Hij nam dus de auto van zijn vader. Het was immers ‘te gevaarlijk om te lopen’. Door de ijzel op de weg bleek het toch niet zo gewiekst te zijn de auto over de weg te laten gaan want nog vóór middernacht werd hij aangetroffen door wat vuurwerk afstekende jongens uit de buurt. In zijn vaders auto. In de berm. Slapend met zijn hoofd op het stuur.
Na een sigaret lang op het raam geklopt te hebben ontwaakte hij en met behulp van deze attente, behulpzame jongeheren werd mijn slaaprijdende kameraad uit de berm geduwd. Zo dronken als een aap kon hij dolgelukkig zijn weg vervolgen. Ondertussen zat ik te wachten, genietend van de twee hoofdingrediënten van de avond en verloor ook ik de tijd uit het oog (dat steeds langzamer open en dicht ging). Voor mij was het al 2012 en voordat ik wegdoezelde gebruikte ik nog vlot mijn camera.

Mijn compagnon wist zijn doel te hebben bereikt. Verder wist hij niets meer. Dit wist hij de volgende dag te vertellen. Samen met het feit dat hij die dag wakker was geworden op de achterbank van de auto, die dwars op de oprit stond, met een pakje sigaretten in zijn hand. Er zaten er nog drie in….

Dat het zo’n jaar als 2012 mag worden.


Rubriek: Fotograferen is dankzij de smartphone en betaalbare camera’s haast net zo universeel als toiletpapier. Maar terwijl we de ware functie van toiletpapier nooit uit het oog zijn verloren, zijn we dat bij fotograferen wel degelijk. Daarom de rubriek: Fotografilosofie op zaterdag. Over fotograferen weer leren waarderen. Met vandaag weer een foto uit het reisarchief van Arno Kierkels.

Het mysterie van de Parijse begraafplaats Père-Lachaise

Wat kun je beter doen op een zonovergoten winterse dag in Parijs, dan een begraafplaats bezoeken. Een heleboel hoor ik u denken, en toch is slenteren over een immens grote grimmige grafakker precies wat wij deden.

IMG_0438Een stedentrip begint steeds meer te lijken op een museumbezoek. Je loopt plichtmatig langs onbekende objecten om uiteindelijk bij die grote publiekstrekker stil te staan en je route op dezelfde wijze te vervolgen. Maar vaak zijn het juist de kleine objecten die je wil zien. Die je meer leren over een stad, een schilder of een kunstenaar dan het grootste of meest bekende object. Het grootste verschil met een museum is dat je in de stad veel makkelijker kunt verdwalen en dat eigenlijk ook altijd zou moeten doen.

Als je alle usual suspects zo’n beetje afgevinkt hebt in de stad van de liefde, kan het echte ontdekken pas beginnen. In onze eeuwige zoektocht naar het authentieke kwamen we uit bij Cimetiere du Père-Lachaise. Dat is geen toeristische trekpleister, al zou het dat misschien wel moeten zijn. In plaats van vele stenen en kruizen lijkt deze sacrale plek eerder op een verzameling van tempels. Er liggen dan ook niet de minste te rusten in vrede.

Ruim 45 hectare gewijde grond huisvest ’s werelds bekendste componisten, filosofen, kunstenaars en spiritualisten. Mochten de doden hier ’s nachts ontwaken, dan moet het wel een bizar feest worden. Onder meer auteurs als Oscar Wilde, Marcel Proust en Balzac liggen er naast muzikanten als Chopin, Edith Piaf en zelfs Jim Morrison (The Doors). Ik kom echter voor de graftombe van iemand wiens naam ik daarvoor nog nooit had gehoord.

IMG_0458

De reden voor ons bezoek is een anekdote van een collega, die enkele decennia geleden een bezoek bracht aan de gewijde grond. Hem viel op dat niet de graven van The Doors frontman Jim Morrison of Edith Piaff het meest bezocht werden, maar het graf van een onbekende. Binnen het uur leken vele tientallen individuen onafhankelijk van elkaar op een doordeweekse dinsdag hun weg te vinden naar het graf om het vervolgens huilend te willen aanraken. Daar kwam nog eens bij dat overal foto’s van mochten worden gemaakt, behalve van dit graf.

Mysterie van Allan Kardec

Zoals het een goed journalist betaamd, is niet mogen fotograferen juist een extra reden om dat te doen. Eenmaal thuis bleken alle foto’s op het rolletje te zijn gelukt behalve de foto’s van het graf van Allan Kardec. Toen mijn collega een aantal maanden later in Elsevier een artikel las over de Parijse begraafplaats, bleek in een voetnoot te staan dat alle foto’s waren gelukt behalve die van het graf van Kardec.

De persoon om wie het gaat blijkt een Franse pedagoog die wereldwijde faam geniet vanwege zijn spiritistische leer. Het spiritisme is een een geloof dat stelt dat de mens na zijn dood als geest voortbestaat, en dan in staat is om met andere, nog levende mensen te communiceren. De Franse pedagoog die begon als scepticus op het gebied van spiritualiteit constateerde tijdens zijn jarenlange onderzoek de objectieve werkelijkheid van het spirituele feit. Hij ontwikkelde zijn spiritistische leer en beschreef die in Het Boek der Geesten (1857), Het Boek der Mediums (1861), Het Evangelie volgens het Spiritisme (1863), Hemel en Hel (1865), en Genesis volgens het Spiritisme (1868).

Toen ik dat hoorde was er geen twijfel over mogelijk: ik moest en zou hier naar toe.

Huilen

Als we arriveren op de dodenakker schemert het al. Lange lanen met huizen van dode culturele iconen strekken zich voor ons uit. Zonnestralen worden afgebroken door grote bladerloze bomen en het voelt bijna ongepast om de graven te zien baden in het zonlicht. De plek heeft hoe dan ook iets magisch.

Wie denkt dat de graven van de grootmeesters goed herkenbaar zijn heeft het mis. Alles ligt door elkaar en er zit behalve een ‘huisnummer’ totaal geen logica in. We moeten meerdere keren op zoek naar een plattegrond om onze locatie te kunnen bepalen. Uiteindelijk vinden we het graf van Edith Piaff. We zijn de enige. Een verse bloem verraad de recente aanwezigheid van een bewonderaar.

Het enige graf dat wel degelijk opvalt is dat van de spirituele man. Niet per se vanwege het graf zelf, maar vanwege het feit dat er een groep mensen omheen staat. Sommige huilend. Een bizar tafereel, aangezien de man al in 1869 stierf. De mensen die om het graf staan raken een voor een het beeld aan dat het hoofd van Kardec voorstelt.

Knappe spirituele jongen die mij tegenhoudt

De reden van ons bezoek voelt plotseling hoogst ongepast. Met enige gene haal ik mijn camera tevoorschijn; ik ben niet geïnteresseerd in huilende mensen. Ik wil graf. Ik ben goed voorbereid. Ik hoor mezelf denken: ‘De spiritist is al meer dan 150 jaar dood dus misschien lukt het hem niet om digitale fotocamera’s te saboteren’. Mijn fantasie begint op hol te slaan. Voor de zekerheid hebben we toch ook maar een wegwerpcamera meegenomen.

Toegestaan of niet, ik ga het hier vastleggen. Knappe spirituele jongen die mij tegenhoudt.

Ondertussen blijven er mensen komen die lijnrecht op het graf van Kardec aflopen. Ik heb te weinig research gedaan om te begrijpen wat het aanraken van zijn hoofd betekent. Er worden bloemen gelegd en kaarsen aangestoken. We kijken ernaar en voelen ons een te opvallende spion met een winterjas als enige camouflage.

Terwijl de zon zakt stijgt onze adrenaline. Ik ben nog nooit in het donker op een begraafplaats geweest en had me ooit voorgenomen dat ook nooit te zullen doen. En nu staan we hier voor voor het graf van de man die de wereld liet geloven dat je na je dood als geest voortleeft en kan communiceren met de levenden. Zo goed is mijn Frans helemaal niet, bedenk ik me.

We maken foto’s met onze smartphones, camera’s en tenslotte wordt ook de wegwerpcamera erbij gepakt.

Enigszins teleurgesteld constateren we dat de digitale foto’s allemaal zijn gelukt. Maar we hebben nog iets achter de hand. Het fotorolletje moet nog worden ontwikkeld. We schrikken als we de foto’s onder ogen krijgen. Is de foto van het graf gelukt?

Oordeel zelf.

11139842_10206519997385858_1197500235_n

Fotografilosofie op zaterdag: guilty treasures

Ik was daar. Bij de Eiffeltoren. Op 8 juli 2013, 22:13. De camera die ik voor deze foto heb gebruikt is een U20i (fabrikant: Sony Ericsson), ISO-snelheid: 250 en de belichtingstijd maar 1/8 sec. De foto heeft de afmetingen 1944 x 2592 (in pixels) en is zonder flits gemaakt. Ik kan u nog meer onnodige informatie vertellen als u wilt, maar het betreft hier dan ook een vrij onnodige foto.

In de zoektocht rondom de vraag: waarom fotograferen we? is bovenstaande foto een onmisbare. Ondanks dat ik dacht dat ik goed op mijn fotografeergedrag lette, moet ik nu met de billen bloot. De Eiffeltoren heb ik niet niet kunnen fotograferen. Maar we kunnen hier, als schrijver en lezer onder elkaar, wel toegeven en concluderen dat onze stedentrips vaak een boel van deze voorspelbare foto’s genereren. In totaal zullen er van sommige objecten meer dan honderdduizenden foto’s bestaan. Waarvan velen beter, mooier en professioneler dan de jouwe of de mijne.

Tijdens het bekijken van mijn stedentripfoto’s skip ik foto’s als deze. Ze vertellen me niets nieuws en beschrijven geen persoonlijk verhaal of emotie. Het is een soort van ‘verplichte’ foto die men hoort te maken, ongeacht of we er iets bij voelen. Dit in tegenstelling tot de ‘vrijwillige’ foto’s die ik heb gemaakt van een oude kastanje in het parkje waar we twee uur hebben doorgebracht met wat blikjes bier. Of een foto van een biechthokje waar je bij een tweetalige priester je confessions kon doen (in de hoop de toerist te kunnen zuiveren). En vergeet de zwerver niet, die in een bizarre pose lag te slapen in de buurt van het immense Musée d’Orsay. Iedereen heeft toch zulke oprechte foto’s met een verhaal? Vanwaar dan óók die toeristische hotspots fotograferen?

De Kopenhaagse ontwerper Phillipp Schmitt heeft op die immer toenemende hoeveelheid foto’s iets bedacht. Hij heeft een intelligente camera met GPS ontwikkeld waarvan de lens automatisch kan terugtrekken. Dit gebeurt alleen wanneer je foto’s probeert te maken op een plek waar al “te veel foto’s zijn gemaakt”. Hij noemt het zelf de Camera Restricta en laat op deze manier de camera beslissen over of we wel of niet moeten fotograferen. Hij geeft zo de techniek controle over ons fotografeergedrag. Waarschijnlijk omdat hij ook beseft dat veel mensen het niet kunnen laten om het Louvre, de Sacre Cœur of de slotjesbrug te fotograferen terwijl er al tienduizenden foto’s van rondzwerven op het web. Bij dezen wil ik me graag aansluiten bij het gedachtegoed van Schmitt en afsluiten met mijn spreuk voor deze week: bedenk goed wat je met je fotograferend vermogen doet.

Rubriek:Fotograferen is dankzij de smartphone en betaalbare camera’s haast net zo universeel als toiletpapier. Maar terwijl we de ware functie van toiletpapier nooit uit het oog zijn verloren, zijn we dat bij fotograferen wel degelijk. Daarom de rubriek: Fotografilosofie op zaterdag. Over fotograferen weer leren waarderen. Met vandaag weer een foto uit het archief van Arno Kierkels.

Waarom we meer naar boven zouden moeten kijken

Een vuurrode zonsondergang terwijl je in de file staat. Een zwerm dansende spreeuwen in de lucht terwijl je voorovergebogen door de regen loopt. Vaak mis ik mooie natuurverschijnselen omdat ik druk ben met mezelf zielig vinden.

Eeuwig zonde. Want precies die verschijnselen kunnen een mens in één klap veranderen van een Maarten van Rossum in een Freek Vonk op straatformaat.

In een poging beter te leren zien, probeer ik verder te kijken dan mijn neus lang is. En aangezien ik (volgens sommidge ‘vrienden’) een vrij forse neus heb, mogen we voorzichtig concluderen dat mijn horizon steeds breder wordt. Maar doordat mijn neus steevast dezelfde richting op wijst als mijn ogen kijken, blijft er altijd een dode hoek. Die hoek is in mijn geval de lucht.

Wie wil leren om meer naar boven te kijken doet er goed aan een weekendje Rome te boeken. Nergens op aarde is de concentratie van omhoog starende mensen zo hoog als in de Sixtijnse Kapel in Rome. Wie bij de ingang van een willekeurige kerk in Rome gaat staan, ziet alleen maar mensen binnenkomen die direct omhoog kijken. Want wie in de Sixtijnse Kapel de schoonheid in het plafond heeft gezien, wil geen plafond meer missen.

Copyright Jelle Krekels

Waarom kijken we in kerken en kathedralen wel omhoog maar doen we dat buiten niet?

Toen ik eenmaal besloot om meer naar boven te kijken werd ik meteen beloond. Ik had mijn voordeur nog maar net gepasseerd toen ik een paar schoenen in de boom zag hangen vlak voor mijn huis. Waarom heb ik dat niet eerder gezien?

Ook wordt me steeds duidelijker hoe belachelijk weinig ik eigenlijk afweet van wolken. Wolken zijn óf mooi, óf lijken op een geslachtsdeel. Maar enige duiding over weersveranderingen (los van donkere regenwolken) haal ik er niet uit. Dat heeft er toe geleid dat ik me ga onderwerpen aan een thuisstudie wolken lezen.

Wie zijn horizon verbreed heeft, hoeft alleen nog vaker omhoog te kijken. En wil je het niet van mij aannemen, neem het dan aan van deze grote filosofen:

Hoog sammie
kijk omhoog sammie
want daar is de blauwe lucht

– Ramses Shaffy

of

Kijk omhoog
Naar de zon

– Sick & Nimon

Copyright Jelle Krekels
Copyright Jelle Krekels

Puimoisson: Onverwachte paarse parel in de Provence

Een van de mooiste Franse plekken die ik ooit zag, staat op geen enkele bucketlist en zal ook niet zo snel worden genoemd als must visit in een reisgids. Puimoisson heeft puur toevallig mijn hart gestolen.

Ik word afgeleid door de geur van lavendel. De serene rust doet vermoeden dat het hier om een volledig verlaten gehucht gaat. Mijn ogen zoeken de straten af op zoek naar een teken van leven. Maar de geur van die fantastische paarse bloem wekt mijn nieuwsgierigheid. Ik stap op de rand van een fontein en zie paarse heuvels omringd door groen. Het is bewolkt maar de paar zonnestralen laten de geurige bloemenafro’s schitteren als smaragden in het licht. Waarom zou iemand ooit uit dit dorp weg willen?
IMG_2397-copy

Tijdens onze zoektocht naar een Supermarché komen we zowaar per ongeluk in een verlaten bergdorp terecht. Een Aziaat met een camera lijkt ons heel even uit onze Franse droom te halen maar dan komt er een boerse Fransoos voorbij op een solex en het beeld is weer compleet.

We kwamen het dorpje tegen tijdens een roadtrip door Frankrijk. De hele tocht rondom de Gorges du Verdon leek te bestaan uit hoogtepunten waar dit er een van was. Het ruwe van de grote rotspartijen rondom de bergdorpen gecombineerd met het lieve van de paarse vlaktes vormt een mooi contrast. Wie na een roadtrip door de Provence niet verliefd is op het land van wijn en stokbrood is waarschijnlijk van steen of al enige tijd overleden.

Provence. Alleen het woord al wakkert een vurig verlangen naar baguettes en crevettes aan.

De streek rondom de grootste kloof van Europa is er een die je absoluut niet links kunt laten liggen. De Grand Canyon van Frankrijk heeft als voordeel dat je er niet al een miljoen foto’s van hebt gezien zoals bij de Amerikaanse kloof. De kans dat het gebied voor eens en voor altijd in je geheugen staat gegrift is daardoor groter.

Dus als je momenteel droomt van die verre reis voor de zomer maar heb je niet genoeg geld voor een ticket van 1000 euro? Go Provence. Meer tips en wegdroom-materiaal vind je op Bonjour Frankrijk!

IMG_2395-copy

IMG_2503

Fotografilosofie: stapelgekke jeugdherinnering

Fotograferen is dankzij de smartphone en betaalbare camera’s haast net zo universeel als toiletpapier. Maar terwijl we de ware functie van toiletpapier nooit uit het oog zijn verloren, zijn we dat bij fotograferen wel degelijk. Daarom de rubriek: Fotografilosofie op zaterdag. Over fotograferen weer leren waarderen. Met vandaag een foto uit het archief van Arno Kierkels.

In je pubertijd is maar een select aantal zaken belangrijk. Een oerdrift zorgt ervoor dat je niet afdwaalt en aan je toekomst denkt. Deze drift resulteert in een tunnelvisie die gericht is op drank, vrouwen en wat je met je vrienden allemaal voor rotzooi kunt uithalen. Ik neem u vandaag mee naar 2005. Om precies te zijn naar camping Duin & Strand te Renesse. Nergens is de puberale oerdrift zo geconcentreerd als op deze plek.

Fotorolletje

Een zomervakantie naar Renesse leverde in 2005 weinig foto’s op. Het was de eerste ‘reis’ die ik ondernam zonder pap en mam en ik was de enige met een fotocamera (tweedehands Kodak met Fujifilm-fotorolletje: 24 foto’s). Uiteindelijk heb ik maar liefst 15 foto’s overgehouden aan de vakantie, foto’s waar méér opstond dan alleen een lichaamsdeel, lichaamshaar of een grote, zwarte oneindigheid. Dit komt neer op een kleine twee foto’s per dag. Een fotoboek is er nooit van gemaakt.

Hoe heb ik deze reis vastgelegd? Nou, zie op onderstaande afbeelding hét symbool voor die unieke puberale uitingen uit onze jeugd: de typisch puberale strijd van ‘wie heeft de grootste … krattentoren’. Hoe beschonken jongemannen, zwetend in de zon en de angst negerend, doorzwoegen om de grootste toren te bouwen. Een fantastisch proces dat ik op mijn 17e mocht meemaken en blijkbaar heb gefotografeerd.
12202360_911480108933411_1244935779_n

Op de derde dag van onze vakantie begon dit spel. Er werd door een groepje jongens een toren gebouwd die net boven de douchehokken uitstak. Een malloot wist zich zo op het torentje te positioneren dat hij de kratten onder zich kon plaatsen (en er op een bepaald moment niet meer vanaf kon). Op weg naar de plee liep je dan langs – wc-rol onder je oksel- en keek je enigszins ongeïnteresseerd naar de stoerdoenerij. Dit konden wij immers ook.

De volgende dag zagen we dat er meer mankracht was bijgehaald en dat de jongens uit de Achterhoek (‘Grollo’) op de een of andere manier een ladder gefabriceerd hadden (MBO-metaaltechniek Hengelo). Dit werd al wat serieuzer. We dronken ons biertje leeg en plaatsten ook onze kratten op elkaar. Bovenstaande foto is gemaakt op de vijfde dag, de dag waarop de mannen van de jongens werden gescheiden. Er werden al vroeg op de dag scheerlijnen bevestigd aan de bovenste kratten. De zelfgemaakte ladder werd ingezet en overige attributen werden gepresenteerd. De sterkste mannen begonnen met het optillen van de kratten waarna de meest behendige er dan eentje onder moesten plaatsen. Er werd voor de mannen uit Groenlo geklapt per kratje, hun geuzennamen circuleerden, legendes over hoeveel ze konden drinken en hoe dronken ze wel niet konden worden. Er werd maar gestapeld en gestapeld die middag. Met het stijgen van de toren daalde ons ego. Iemand riep “50!” en applaus volgde. Wij waren gereduceerd tot jongens met lege kratten bier en we keken ons krom naar de hoge toren voor onze tent.

Waardevol verhaal

Waarom is dit gefotografeerd? Het zal op mijn 17e een combinatie van respect en nieuwigheid zijn geweest. Van respect voor de stugge, dronken Achterhoekers en van het vastleggen van iets wat ik nog niet kende. Iets wat ik zelfs nooit meer heb gezien. En het vastleggen van nieuwe gebeurtenissen, gebouwen, omgevingen etc. is een handeling die we op iedere reis toepassen. Plekken waar we nog nooit zijn geweest zijn er legio en deze willen vastleggen is blijkbaar iets wat we graag doen om het moment te kunnen bezitten.
Maar een waardevollere les die ik kan trekken uit deze foto is dat de ±2 foto’s die ik per dag heb gemaakt toen ik in Renesse was, elk een ander legendarisch verhaal vertellen. De rest van de anekdotes volgt weer uit die verhalen. Als we het hebben over een fotografeerdrang kan deze foto en bijbehorend verhaal dienen als nuance. Of, om een Nederlands spreekwoord te verbasteren: twee vakantiefoto’s per dag maken nog geen slechte vakantieherinnering.

Meer fotografilosofie? Lees deze en deze