Reis door mijn buurt – Baken van herkenning en gekleurd licht

In navolging van Xavier de Maistre maak ik de komende weken een Maitriaanse reis door mijn buurt. Iedere keer probeer ik iets nieuws te ontdekken. In deel drie van mijn expeditie kom ik erachter dan ik een obsessie heb met een flat.

Ik heb een obsessie met een toren, een flatcomplex, een hoog gebouw. Noem het zoals je wilt. Feit is dat ik meer foto’s van deze betonnen kerstboom op mijn Instagram account heb dan van ons eigen appartement. Daar kwam ik recentelijk achter en het maakte me angstig.

De Westpoint Tower staat op de hoek van de Ringbaan West met de Hart van Brabantlaan en was lange tijd de hoogste woontoren van Nederland. De wolkenkrabber is 140 meter hoog en telt 47 verdiepingen en 154 appartementen. Het is het eerste wat ik zie als ik vanaf ons dakterras op het zuiden richting het westen kijk. Ik heb een haat–liefdeverhouding met het gevaarte. Dankzij de gekleurde lichtjes heeft de Westpoint mij vaak gered als ik in het begin van mijn studententijd in beschonken toestand de weg naar huis zocht. Maar de wolkenkrabber houdt op zomerse dagen ook minimaal een kwartier de zon op ons dakterras tegen.

Bovendien ben ik gefascineerd door de mensen die bovenin wonen en op ons neer kijken. Niet zelden hebben mensen in een hoge toren een verrekijker bij de leunstoel staan. De grote ramen van vloer tot plafond geven de bewoners een uniek uitzicht. Ik kan me niet aan de illusie onttrekken dat er soms naar me geloerd wordt als ik in de hangmat lig.

Hoewel mijn zicht verstoord wordt door de reflectie van de ramen of de gekleurde lampen, heeft de Westpoint bewoner geen enkele belemmering om alles en iedereen in de gaten te houden. Zou het kunnen dat er iemand woont die meer weet van mij dan ik zou willen?

Ik heb vanaf mijn 16de altijd op maximaal 500 meter van de toren gewoond. De toren is het symbool van mijn studententijd geworden. Het is een baken van licht en herkenning. Toch ben ik er nog nooit in geweest. Het schijnt dat je bij helder weer van bovenop de Westpoint, Antwerpen kan zien liggen.

Dat moet ik toch echt met eigen ogen zien.

Fotografilosofie: fotograferen weer leren waarderen

Fotograferen is dankzij de smartphone en betaalbare camera’s haast net zo universeel als toiletpapier. Maar terwijl we de ware functie van toiletpapier nooit uit het oog zijn verloren, zijn we dat bij fotograferen wel degelijk. Kijk maar eens in je fotoalbum op je mobiel en vertel me dat het anders is. Daarom deze rubriek: Fotografilosofie op zaterdag. Over fotograferen weer leren waarderen.

We kennen het allemaal: een reis naar Parijs levert foto’s op van de Eifeltoren en het Louvre. Een trip naar Berlijn zorgt voor foto’s van de Muur op de Facebook-muur en is er eigenlijk nog iets anders in Barcelona te zien dan de Sagrada? Veel foto’s van objecten en bovenal foto’s die voor de gemiddelde toerist de standaard zijn geworden, maar waarom eigenlijk?

Toen ik afgelopen zomer na mijn vakantie oude vakantiefoto’s de revue liet passeren merkte ik dat het juist de niet-standaard foto’s zijn die de foto vaak de moeite waard maken. Waarom zijn we dan toch zo geil op het willen vastleggen van al die uitgekauwde, standaardobjecten?

Het maken van een foto is tegenwoordig iets dat is vergroeid met onze blik op de wereld, onze gsm, onze duim. Hoe anders was het zo’n honderdvijftig jaar geleden. Een tergend langzaam proces vergeleken met nu. Vroegah moesten poserende mensen soms wel 15 minuten stilzitten. Er moest nieuw papier ingevoegd worden waar de foto op gebrand werd en de sluitertijd bedroeg soms uren! Kortom, een werkelijk angstaanjagend beeld.

Honderd miljard foto’s per dag
Heden ten dage is er weinig meer van dit besef over: iedere maand komen er zo’n slordige honderd miljard foto’s bij. En de waarde van een foto is in al die jaren dus onmiskenbaar veranderd. Van een lang, traag proces tot het maken van een selfie in een handomdraai. Anno 2015 heeft de gemiddelde smartphone-gebruiker meer foto’s op zijn telefoon dan een gemiddeld burger van vóór 1950 in zijn hele leven kon bezitten. De vraag komt naar boven of we met z’n allen niet heel veel standaardfoto’s aan het maken zijn, foto’s zonder herinneringswaarde?

fotokierkels

Bovenstaande afbeelding spreekt wat dat betreft boekdelen. In de media wordt de foto gezien als een ‘een prent waar iedereen veel van kan leren’. Met dat vingertje wil ik niet wijzen, maar het feit is wel dat enkel de oudere dame linksonder daadwerkelijk geniet van het moment. Anderen bekijken de gebeurtenis liever via het scherm van de smartphone.
Ze leggen een gebeurtenis vast om er vervolgens zelden meer naar te kijken. Iets dat je ook ziet op iedere vakantie en op iedere toeristische plek, waar mensen los gaan op de bekende bezienswaardigheden. Met smartphones, Canon’s en selfiesticks in de aanslag.

Wat nu!?
En op afstand hoor ik jullie al peinzen: ‘Wat moet ik nu?!’ Maakt u zich geen zorgen, waarde lezer. Bij dezen steek ik mijn hand voor jullie in het vuur. Ik zal op zoek gaan naar de achtergrond van deze trigger-happy fotografeermentaliteit. Ik zal mezelf onder de loep nemen en de vele vragen in onze hoofden gaan beantwoorden. In hoeverre kunnen we nog iets moois laten gebeuren zonder er foto’s van te maken, zonder die drang om iets vast te leggen? En is dit een vervelend iets? Is het inderdaad zo dat we veel kunnen leren van het omaatje of is oma’s gedachtegoed gewoon niet meer houdbaar?

Mijn persoonlijke fotoarchief wordt mijn onderzoeksveld. Ik zal kritisch nagaan waarom ik ooit bepaalde foto’s heb gemaakt. En aangezien Bereisd een reisblog is, neem ik bij de selectie van de foto’s de definitie ‘reis’ ter hand. Aangezien dit ‘het trekken van een plaats naar een andere’ is, behoud ik de vrijheid om iedere gebeurtenis die ooit ontstaan is nádat ik ben opgestaan, te fotograferen. Zo zou ik op weg naar de plee iets fantastisch hebben kunnen fotograferen, maar ook toen ik de Atlantische Oceaan overstak.

Allemaal voor jullie. Want wie zit nu te wachten op die triljardste foto van de Eifeltoren, een eeuwig-zeikend mannetje in Brussel of een willekeurig strand (wittewel, met zand en water)?

Brak reizen op zondag: Je zit in een f#cking vliegtuig!1!

Omdat je op zondag vaak al genoeg aan je hoofd(pijn) hebt, delen we iedere week een kijktip. Een reisvideo of een andere blik op reizen waarvoor je niets meer hoeft te doen dan op play drukken en kijken. Veel plezier!

Nergens ter wereld is het verlangen naar het verre weg zo geconcentreerd als op een vliegveld. Duizenden rolkoffers en rugzakken volgepropt met het hoognodige, ontdaan van alles wat thuis handig lijkt maar eigenlijk onnodig is.

De meeste mensen zijn blij en kijken uit naar wat komen gaat. Andere maken zich op voor de helse reis die voor hen ligt. Je hoort werkelijk de meest angstaanjagende horrorverhalen over reizen per vliegtuig, en dan heb ik het niet over zeldzame ongelukken.Terwijl alles wat bekend is kleiner en verder weg wordt dan je ooit had kunnen voorstellen, voel je de porrende knie in je rug.

Louis C.K. vat goed samen hoe alles wat ons verder brengt, wordt verspild aan de meest ondankbare generatie ooit.

Een reis door mijn buurt deel 2 – vogelutopia

In navolging van Xavier de Maistre maak ik de komende weken een Maitriaanse reis door mijn buurt. Iedere keer probeer ik iets nieuws te ontdekken. In deel twee van mijn expeditie reis ik enkele meters verder en ontdek ik een nieuwe wereld.

Witte plastic stoelen verschijnen altijd bij de voordeur op plekken waar geen voortuin is. In deze stadse wijk is vanzelfsprekend weinig ruimte voor het hebben van een voortuin. Daar waar men wel gezegend is met een tuintje aan de voorzijde is in geen velden of wegen een zitplaats te ontwaren (een voortuin onderhoud je voor de buren, zei een wijs vrouw ooit). Een stukje verder in de expeditie valt een fenomeen op dat, naar het mij voorkomt, iets typisch Nederlands is. De bewoners die pal aan het rode fietspad wonen hebben bij een gebrek aan voortuin toch getracht de voorzijde van het huis te voorzien van het nodige groen. Op een bewonderenswaardig vernuftige wijze hebben enkele stoeptegels aangrenzend aan het huis plaats gemaakt voor allerlei bloemen, planten en zelfs heggen die ongestoord een weg naar de hemel vinden. Een zonnebloem tot ongeveer het midden van het huis en meer dan eens wat veldbloemen die de buurt in plaats van het rood van het fietspad, het nodige kleur geven.

Opeens word ik getroffen door een kakofonie aan geluiden die lijken te komen uit wat ik gerust een andere wereld zou kunnen noemen. Uit een van de verdwenen stoeptegels steekt een groene massa die smal begint maar als een immense driehoek tot helemaal bovenin de woning uitmondt. Het gezang en geritsel doet vermoeden dat er meer dan één vogelfamilie is neergestreken in de struik tegen het huis. Het groen is onderaan gekortwiekt omdat er anders niemand meer over de stoep zou kunnen lopen. De struik is het thuis van een verscheidenheid aan gevleugelte dat zijn plek claimt door vooral veel geluid te maken.

Ik probeer (figuurlijk) een blik te werpen in de heg maar zie niets dan groen. De vogels hebben zich verdekt opgesteld en lijken bovendien nogal gehecht aan hun privacy. Af en toe vliegt een vogel naar binnen. Doordat ik niet kan zien wat er zich binnen de heg afspeelt draait mijn verbeelding op volle toeren. De struik lijkt veel te klein voor het aantal vogels dat het huisvest. Oordelend op het aantal decibels zijn dat er namelijk nogal veel. Het vermoeden dat er binnenin een soort vogelutopia zit spookt door mijn hoofd.

Ik had de hoop om zo dicht bij huis verrast te worden door iets wat er al die tijd al was, al lang opgegeven. Het innerlijke bevel om te doen alsof ik nog nooit op deze plek was geweest, begint zijn vruchten af te werpen.

buurt

Binnenkort weer een aflevering!

Reizen zonder verwachtingen

Ik heb de neiging om bij alles wat ik doe research te doen. Als ik een film wil zien, kijk ik eerst de trailer, bij een boek zoek ik recensies op en als ik ergens ga eten bekijk ik online de kaart. Dat is niet alleen vermoeiend en tijdrovend maar neemt ook nog eens de mogelijkheid om verrast te worden weg. En wat is er nou leuker dan een gigantisch vette verrassing?

Dus reden we in de SloveenGOPR2541se Alpen drie kwartier over een zandweg naar boven en begonnen we aan een klim waarvan we niet precies wisten waar die begon en waar die zou eindigen. De eerste anderhalf uur bleken we de juiste richting in te lopen want we kwamen uit bij een huisje vanwaaruit je de bergpasroutes voor het uitkiezen had. We kozen een route van nog eens anderhalf uur en stevende met gepaste tred de piek van de Debela Pec tegemoet.

Na een uur enthousiast doorstappend- het nodige vee ontwijkend- waren we nog steeds niemand tegengekomen. Eigenlijk is dat precies wat je wilt, behalve als je niet zeker weet waar je naar onderweg bent. We besloten nog een uur te lopen en als een mogelijk einde dan nog niet in zicht was dezelfde weg terug te lopen. Een donkere wolk herinnerde ons aan het feit dat we niet naar de weersvoorspelling hadden gekeken voordat we aan ons avontuur begonnen. Een goede voorbereiding is.. eigenlijk ook maar saai, toch?

Na ruim twee uur werd het uitzicht alsmaar indrukwekkender, de bergen hoger en de dalen dieper. Toen we uiteindelijk vrij zicht hadden op de Triglav mountain waren we minimaal een kwartier volledig uit het veld geslagen. Ik dacht dat ik gek werd. De 47 foto’s van mooie plaatjes die ik onderweg had genomen konden zo de prullenbak in. Alles viel in het niet door het geweld van deze berg. Alsof ik godverdomme voor The Wall uit Game of Thrones stond. Het gevoel dat ik had, is eigenlijk met geen pen te beschrijven. Er was een ding dat ik zeker wist: dit gevoel had ik niet gehad als ik van tevoren had geweten wat ik te zien zou krijgen. Net als dat we op Facebook altijd de beste foto van onszelf posten, staat het internet vol met prachtplaatjes van de dingen die we graag zien. De kans is daarom erg groot dat de uiteindelijke waarneming tegenvalt. Een wolk, een regenbui of de aanwezigheid van een andere toerist kan de pret al bederven. Omdat ik totaal geen verwachtingen had van Slovenië in het algemeen en de bergroute in het bijzonder, was ik verrast en verwonderd door de plotselinge schoonheid.

Ik heb me dan ook voorgenomen om geen trailers van films meer te kijken. Met een boek is het eigenlijk hetzelfde als in een hondenasiel. Het boek kiest jou in plaats van andersom.  Want hoewel ik eerst teleurstelling wilde voorkomen door goed voorbereid te zijn, wil ik nu verrast en verwonderd worden door het ontbreken van verwachtingen. Beleven in plaats van herkennen. Want hoe teringsaai is het om iets te zien waarvan je al een betere versie hebt gezien? Reizen zonder verwachtingen.

Een reis door mijn buurt deel 1- Schoenen als kerstballen

In navolging van Xavier de Maistre maak ik de komende weken een Maitriaanse reis door mijn buurt. Iedere keer probeer ik iets nieuws te ontdekken. Ga je mee?

Op het trottoir lopen twee witharige mevrouwen waarvan de een, een rollator voortduwt. Een hijgende student met fluorescerend geel plakshirt en te grote trainingsbroek doet een poging zich van zijn sportiefste kant te laten zien. Het is een heldere dinsdagochtend in augustus en ik sta met een camera om mijn nek in mijn straat als een toerist op de Ramblas. Het voelt hoogst ongepast om zonder duidelijk doel de toerist uit te hangen op een plek waar dat niet wordt verwacht.

De reis begint in de voorportiek van een jaren 30 woning aan de Boomstraat in de Bomenbuurt. De wegen in de bomenbuurt dragen allen namen als Populierenstraat, Elzenstraat en Dennenstraat en laten dus niks aan de verwarring over. Door de jaren heen zijn er behoorlijk wat bomen gesneuveld, dus om het karakter van de bomenbuurt niet volledig te verliezen zijn de straatnamen er maar naar vernoemd. Zelf zou ik eerder pleiten voor de Alle Treurwilgenweg of het Perzische Populierenplein. Maar helaas ben ik niet degene die straatnamen bedenkt. Ik ben slechts een amateurtoerist die als een halve gare met een camera door een Tilburgse woonwijk loopt. Om de hoek spot ik een basisschool. Ik besluit mijn camera even op te bergen voordat iemand de politie belt.

Nooit, in al die honderden keren dat ik de Boomstraat betrad, heb ik in de boom gekeken. Nu doe ik dat wel en ik geloof niet wat ik zie. Twee aan elkaar geknoopte schoenen bungelen in de boom als een glinsterende bal in een kerstboom. De aanwezigheid van schoenen of kledingstukken op plekken waar je ze niet verwacht heeft altijd iets lugubers. Een T-shirt in de buurt van een spoorrails, een kinderschoen langs de provinciale weg of een schoen in de boom. Er is wereldwijd een grote verdeeldheid over de betekenis van dit laatste verschijnsel. Schoenen in de boom zouden kunnen betekenen dat er in de buurt drugs te verkrijgen zijn. Ook kunnen de schoenen het werk zijn van de maffia of een bende die zijn territorium wil afbakenen. Ik herinner me de rotzooi die ik heb achtergelaten in de keuken en bedenk dat er inderdaad sprake is van een bende ergens in deze buurt..

Binnenkort weer een aflevering!

De Kunst van het Reizen- Alain de Botton

Toen ik met iemand sprak over dit blog, werd ik gewezen op een boek dat mij zeker zou interesseren. Inmiddels heb ik het boek gelezen en ik kom er niet onderuit. Dit boek heeft zo ontiegelijk veel raakvlakken met het idee achter Bereisd, dat ik inmiddels zelf niet meer weet of ik het niet toch stiekem eerder al heb gelezen. De Kunst van het Reizen (2002) van Alain de Botton gaat over het hoe en het waarom van reizen. De Botton is filosoof, schrijver en bovenal amateurtoerist. Feilloos weet hij de kunst van het reizen en met name de misverstanden omtrent het reizen te duiden, niet zelden geïllustreerd met illustere voorbeelden zoals Gustav Flaubert en Alexander von Humboldt. (Ik suggereer dat ik ze al jaren ken maar niets is minder waar). Zijn centrale vraag: is het waar dat we reizen om dingen te bekijken die we thuis over het hoofd zien?

Melancholisch of houtsnijdend?

kunstvanhetreizenDe botton geeft geen kant en klare antwoorden- zegt je niet wat je moet doen. De wijze waarop hij het show-don’t-tell-principe toepast is haast bewonderenswaardig. Het is tegelijkertijd herkenbaar, confronterend en intrigerend. Zijn beschrijvingen zijn net zo zeer een gloedvol betoog voor het bewuster observeren als een zoektocht naar die vaardigheid in zichzelf.

Desalniettemin lijkt de Brit naast schrijver en filosoof soms te vervallen in de hopeloze, melancholische romanticus die hij ook is. Het lijkt dan meer het betoog van een honkvaste thuisblijver die het hele principe van reizen niet zo heeft begrepen. Maar dat weet hij dan weer op zo’n persoonlijke manier te tackelen dat het toch weer herkenbaar wordt. Neem zijn reis naar Madrid. Terwijl hij wakker wordt en de zon de pracht en praal van Spaanse hoofdstad goud kleurt, heeft De Botton vooral zin om in bed te blijven liggen of het eerste vliegtuig terug naar huis te nemen. Op zijn nachtkast liggen twee reisgidsen die ‘m toeschreeuwen de stad te gaan ontdekken maar hoe meer hij zich probeert tot beweging te manen, des te groter zijn aversie om dit te doen. Hij beschrijft hoe hij naar de Plaza de Major gaat en in zijn reisgids de precieze afmetingen en architectonische bijzonderheden staan beschreven. Hij ontdekt dat er niks meer te ontdekken valt. Tegelijkertijd wordt hij gedwongen om zich in één straat voor zes verschillende bouwstijlen te interesseren die hun oorsprong vinden in periodes die eeuwen uiteen liggen. Het nut daarvan ontgaat hem volledig, en terecht.

Antwoorden
Thuis ken je alles al en dat dempt je nieuwsgierigheid. Het is daarom vaak ook confronterend als je toeristen in je straat dingen ziet fotograferen die jou niet als interessant waren opgevallen. ‘Als je op reis bent verwacht je van een heleboel dingen dat ze interessant zijn en daardoor ben je ontvankelijk voor bijna alles’, zegt De Botton daarover. ‘Je kijkt selectief, want je bent reiziger.’ De schrijver noemt die opstelling niet verkeerd maar benadrukt dat het eigenlijk niet zou moeten gaan om het afvinken van bestemmingen en bezienswaardigheden. ‘Veel reisboeken van nu gaan over hoogst ongewone dingen: hoe ik de Mount Everest beklom, hoe ik het Kanaal overzwom; gekke rare inspanningen. Ik denk dat de echte uitdaging niet ligt in het hebben van een nieuwe ervaring, ik denk dat je de oude ervaring in een nieuw daglicht moet proberen te zien. Niet de ervaring is interessant, maar wat jij maakt van die ervaring”, legt de Botton uit in een interview in de Volkskrant van 2003. 

Bereisd

Geloof jij nog dat ik dit idee eerder had? Ik ook niet. Enfin, waar het boek zich op richt is het leggen van verbanden tussen toeristische verschijnselen, schrijvers, kunstenaars en persoonlijke anekdotes. De zoektocht hier bij Bereisd legt geen paralellen met kunstenaars maar zoomt wel in op de oorsprong van reislustigheid. Het hoofddoel is om in de toekomst ‘beter’ te kunnen reizen. Voor eenieder die daar wel iets in ziet is dit boek een absolute aanrader. Het geeft lessen in reizen en leert je meer naar details te kijken en die te waarderen.

Kopen, Kopen Kopen!

Een reis op huiskamerformaat

800px-Xavier_de_Maistre
Xavier de Maistre is een Franse schrijver

Aan het einde van de 18de eeuw maakt een jonge Franse militair een onmogelijke reis waar hij een boek over schrijft dat tot op de dag van vandaag nog altijd relevant is. De reis is niet per se bijzonder door de bestemming, als wel het ontbreken daarvan.

Xavier de Maistre sloeg iemand op zijn bek tijdens een illegaal duel en kreeg 42 dagen huisarrest. In plaats van te verdrinken in verveling en eenzaamheid maakte hij een opmerkelijke reis. In zijn pyjama. Vanuit zijn leunstoel. Door zijn kamer.

The Journey Around My Bedroom van Xavier de Maistre laat als geen ander zien hoe je kunt reizen zonder daarvoor naar de andere kant van de wereld te gaan. Een expeditie op huiskamerformaat. Dat klinkt niet alleen als een makkelijke onderneming, het is ook nog eens financieel erg aantrekkelijk.

Maar hoewel het reisverslag alle facetten van een verre reis behelst, lijkt het af en toe meer een monoloog van een verveelde gast wiens hoogtepunt het tegemoet zwaaien van zijn hond (Rosine) is. Te vaak vervalt hij in een quasi filosofische toon en wijdt hij uit over zijn filosofische ‘ontdekkingen’ die de mens maken zoals die is.

Het boek is echter relevant omdat het laat zien hoe tijdloos verveling is en hoe onmogelijk het in de 18de eeuw al was om 42 dagen alleen thuis te zitten. De essentie van het boek lijkt echter te zitten in het idee dat het plezier dat we aan reizen beleven eerder afhankelijk is van onze mindset dan van de bestemming. Als we ons met de instelling van een reiziger door onze eigen omgeving bewegen dan is die misschien wel helemaal niet minder interessant dan een jungle of een hoge bergpas. Terwijl de Maistre op een droog-humoristische wijze in zijn roze pyjama door zijn kamer reist, probeert hij eigenlijk te zeggen dat we tot ons door moeten laten dringen wat we al hebben gezien voordat we naar de andere kant van de wereld trekken.

Een van de komende dagen ga ik op Maitriaanse reis door mijn eigen buurt. Welke reis op huiskamerformaat zou jij willen maken?

 

 

Het verhaal achter Bereisd

De zonsondergang op dit Thaise eiland was mooier dan al die andere die ik als 25-jarige ooit zag. De setting was er een die ik alleen uit films kende, en het enige waar ik aan dacht was: Ik heb geen WC-papier meer, hoe kom ik morgen van dit eiland af, waar gaat de reis dan naar toe en waarom gaan al die tyfusvliegen in mijn haar zitten. Met terugwerkende kracht is het een moment om nooit te vergeten maar op dat moment voelde ik het niet. Heb ik de vaardigheid om te beleven verloren? Heeft mijn generatie de vaardigheid om iets daadwerkelijk te zien en niet alleen te kijken verloren? We willen allemaal weg maar weten niet waarom. We willen er allemaal ‘even uit’ om op te laden maar vergeten dat we een groot stuk bagage overal mee naar toe nemen: onszelf. Inclusief alle werkgerelateerde zorgen en persoonlijke sores. We moeten ver weg maar zijn vergeten hoe we kunnen waarderen wat om de hoek ligt.

Hoeken
Lange tijd dacht ik verre reizen te moeten maken om te waarderen wat ik thuis eigenlijk had. Om weer te beseffen dat niet alles vanzelfsprekend is en om alles weer in perspectief te zien. Het is tijd om terug te gaan naar de basis en in plaats van uithoeken af te gaan weer om de hoek te gaan speuren.

We willen onszelf allemaal als bereisd beschouwen. Maar wanneer ben je bereisd? Ben je bereisd als je op olifanten hebt gezeten, woestijnen hebt doorkruist en tijgers hebt geaaid maar je neus ophaalt voor een bezoek aan de Loonse en Drunense duinen en geen idee hebt wat voor beesten er op de Veluwe leven?

Waarom verlangen we ernaar om aan de andere kant van de wereld te zijn, als de schoonheid dicht bij huis eigenlijk nog vaak onontdekt is? Want genieten van een andere cultuur, en genieten van vrijheid is niet iets wat je per definitie alleen aan de andere kant van de wereld kunt. Dat kan ook hier.

De paradox van de toerist

Het is de paradox van de toerist: we zijn het allemaal maar willen het niet zijn.

Laten we beginnen met te stellen dat we allemaal toeristen zijn. Dat praat een stuk makkelijker. Persoonlijk zie ik mijzelf geconfronteerd met het stereotype van elk soort toerist. Momenteel zit ik de fase die op zoek is naar ‘authentieke’ beleving van een land. De ontdekker. De globetrotter. Maar hoe authentiek is authentiek als iedere toerist die echtheid zoekt?

De toerist is de laagste in de hiërarchie van de reiziger. De backpacker kijkt neer op de all-in toerist en de soloreiziger op de groepsreiziger. De hoogste in de status is degene die met de locals leeft. Die heeft ‘echt’ contact en maakt deel uit van de wereld, die de toerist alleen op foto’s zet. We streven er allemaal naar om zo ver mogelijk in de toeristische rangorde te komen en gaan verder dan wie dan ook, onder tussen plaatjes postend op sociale media vanuit de plaatselijke MacDonalds (want WiFi). Elke toerist is een stereotype en dat is eigenlijk even grappig als confronterend.

Praat paradox

Terwijl reizen ontspanning moet zijn of een ontsnapping aan de dagelijkse realiteit en consumptiemaatschappij lijkt het daar steeds vaker juist een verlengde van te zijn. Uiteindelijk bezoeken we allemaal dezelfde locaties en wringen we ons tegelijkertijd in allerlei bochten om zo dicht mogelijk in de buurt te komen van de vroegere ontdekkingsreizigers. We zijn ons bewust van de gevolgen van massatoerisme op mooie plekken maar willen toch allemaal die ene volksstam bezoeken of dat kwetsbare natuurgebied in. En dat terwijl juist de zoekers naar het authentieke en het echte uiteindelijk verantwoordelijk zijn voor het verdwijnen ervan.

Een ode aan de toerist

Desalniettemin zijn de landen die wij zo massaal bezoeken voor een groot deel afhankelijk van ons soort. Niettemin heeft het die landen die afhankelijk zijn van toerisme ook enorm veel gebracht. De toerist kent vele paradoxen en cliché’s en jij en ik zijn er allebei één van. Wie wilde als kind nou niet ontdekkingsreiziger worden? Maar de wereld is al ontdekt en de kans dat je met je gehuurde kano tegen een nieuw land aanvaart is nagenoeg nihil. Maar betekent dit dat de ontdekker in jou een stille dood moet sterven? Absoluut niet! Ik wil er mijn persoonlijke missie van maken dat eenieder de toerist in zichzelf omarmt die het dichtst bij zijn persoonlijkheid past. Dus trek je afritsbare broek aan, zet een hoed op, hang een camera om je nek en gaan (ok, los van de broek dan).

Als we kijken wat de Van Dale zegt over de betekenis van het woord ‘Toerist’ dan leren we het volgende:

toe·rist (de; m,v; meervoud: toeristen)1 iem. die voor zijn plezier op reis gaat

#countmein.